Loskomen van jezelf: in de stroom van betekenisgeving gaan staan

Het is de grootste ontdekking die je kan doen als mens: dat je uit jezelf kan stappen. Dat je niet voor eeuwig en altijd gevangen zit in de merkwaardige “cocon” waarin je geboren bent en die je in je leven als het ware steeds vaster om je heen hebt gesponnen. Alsof je in een noodlottig verpoppingsproces zit dat metaforisch eindigt in het sterven van de rups, met de vraag erachteraan of er een vlinder vrijkomt uit die verpopping. De vlinder is je eigen vrijheid: het ongelooflijke besef dat er een ruimte is waarin “jij” die vlinder kan zijn, totaal vrij. Terwijl je met compassie en liefde kijkt naar waar die vlinder uit tevoorschijn is gekomen. Je kijkt met compassie terug op het pad dat je zelf gelopen hebt. Het is OK dat het gelopen is zoals het gelopen is.

Ik kan nu zien wat mijn pad door die ruimte is geweest. Ik kan zien hoe de Chinese tijger of Europese Os (mijn sterrenbeeld) en daarmee “ik” op dat pad zijn identiteit heeft gekregen. Ik kan de confrontaties zien die op dat pad hebben plaatsgevonden. Ik kan hoofdschuddend kijken naar wat ik zelf teweeg heb gebracht in die confrontaties: altijd vechtend, veroverend, exploiterend, ‘winnend’ in de eigen overtuiging, de ‘drama queen’ als het fout ging. Van himmelhoch jauchzend tot zum Tode betrübt. In één stand: vooruit en nooit achterom kijkend. Altijd met een instinctief gevoel dat ik voor iets aan het weglopen was en tegelijk ergens naar op weg was.

Ik heb nooit begrepen waarom de strijd in mij en de confrontaties van mij met mijn omgeving, altijd zo heftig waren. Waarom die crazyness, waarom niet terug kijken? Ik ben er na 67 jaar van strijd achter. Natuurlijk: sommigen zijn er op hun eerste of tiende levensjaar al achter. Maar je hebt allemaal je pad als een onveranderlijk gegeven in een vreemd soort alles omvattende logica in een “ruimte” die we niet kennen en nooit hebben gekend, terwijl we allemaal ‘weten’ dat die wereld achter dat grote wereldtoneel bestaat. Dat de wiskunde ons leert dat het om een 12-dimensionale ruimte gaat, is hier alleen maar bedoeld als duiding van de multidimensionaliteit van die ruimte. Een voor onze menselijke zintuigen en voor al ons normale gedrag en denken, ontoegankelijke ruimte. Niemand weet waar multidimensionaliteit om gaat.

Dat we in een tijdsgewricht leven waarin die “ruimte” voor alle mensen open gaat is bijzonder. Alle mensen op aarde gaan leren hoe ‘de voorbereiding’ van wat we zintuiglijk waarnemen eruit ziet. We gaan leren hoe armoedig de gevechten zijn waarin we elkaar confronteren met realiteit die geen werkelijkheid is, maar slechts de rimpeling die achterblijft op het strand als de zee zich terug trekt. De zee metafoor voor de oneindig grote energetische wereld waaruit alles voortkomt wat we zien.

Voor mij zijn er vier “concepten” belangrijk die ik wil delen met de lezers van dit boek. Het zijn concepten die je nodig hebt om te begrijpen wat zich in je hoofd afspeelt. Want die energetische ruimte ís een conceptuele ruimte en eigenlijk erger: het is een vóór-conceptuele ruimte. Die vier concepten zijn ook voor mezelf belangrijk geweest in mijn eigen ontdekkingsreis. Ik heb ze hierboven in tekening gebracht in vier “hoekpunten”.
Aan de hand van die concepten vertel ik mijn eigen ervaringen met dit denken. Een vertelling die vanzelfsprekend ook over emoties en gevoelens gaat. Alleen gaan we leren dat als we die ruimte ingaan, je gevoelens en emoties als het ware achter blijven. Zoals eigenlijk je hele lichaam achterblijft zonder ooit losgekoppeld te kunnen zijn.

De conceptuele ruimte die we ingaan is een gedachtenruimte en degene die in die ruimte rond wandelt, ben “jij”, zonder lichaam. Je lichaamsziel dus en het gedeelte van de mens en zijn biologische constructie dat we nooit zien. Is dat niet aardig?
In de realiteit waarin wij ons dagelijkse leven leven, zien we de geest en de lichaamsziel niet die wel degelijk één is met het lichaam, terwijl we tegelijkertijd van moment naar moment gewaarworden dát de lichaam-geest-koppeling aan het werk is, zonder er ooit één moment bij stil te staan. Het is een natuurlijk ding waar je niet bij hoeft stil te staan, zou je kunnen zeggen. Zoals een bloem over zijn bloem zijn niet hoeft na te denken. Het gaat vanzelf en we zullen leren dat het ook vanzelf goed fout kan gaan.

De betekenis van de vier hoekpunten die ik hierboven in de tekening laat zien is niet zo gemakkelijk te begrijpen. De vierhoek die ontstaat, een soort plat vlak, is een “grid”, een raster van potentiële betekenissen in de overgang van voorbereide wereld in reële wereld en omgedraaid. Het is het begin van de logica die we language of thought noemen (LOT) en ook wel logica van betekenisgeving. Elke overgang van de wereld van de gewaarwording naar de wereld van de realiteit is een betekenis construct en ‘collaps’. In elke overgang ontstaat betekenis in de realiteit ‘emergent’ en is betekenis de afronding van de overgang en de start van de nieuwe cyclus. Eeuwigdurend volgen hypersnelle cycli elkaar op. Zo onvoorstelbaar snel volgen die cycli elkaar op, dat we het zelf helemaal niet merken. Net zo min als een plant merkt hoe fotosynthese in dezelfde cycli tot stand komt. Een ander proces? Ja en nee. Dat gaan we allemaal zien en begrijpen nu.

Je kunt als het ware in en uit je gewaarwording stappen, terwijl de realiteit waarin de betekenissen neerslaan enerzijds en anderzijds de gewaarwording van die realiteit, tegelijk bestaan. Dat is wat ik probeer te laten zien hieronder, in herhalingen, alsmaar opnieuw eigenlijk. Je ziet steeds flarden, je ziet steeds lagen, er is nooit iets dat constant is of duidelijk, enkelvoudig, concreet.
Het waanzinnige van de reis is dat je door die al flarden heen, je eigen reis gaat ontdekken, door de vragen die je stelt.

De ruimte waar je ingaat is de ruimte van de vraag, van de kennis, van de potentiële energie.

Je gaat ontdekken dat je een levend en wandelend verhaal bent in die ruimte. Je bent nooit één ding. Je staat ook nooit stil, je bent altijd in beweging. Naarmate de mist wat optrekt in die ruimte wordt het opwindend. Mag ik elke vraag stellen? Ja. Krijg ik altijd antwoord? Ja. Kan ik dan alles weten wat er te weten is? Ja. Kan ik gelukkig worden? Ja. Kan ik elk pad in die ruimte bewandelen? Ja. Is dat altijd goed? Ja. Kán ook alles? Ja.

In de beschrijving door middel van dat rare platte TDCZ-vlak dat ik hierboven getekend heb, maak ik iets ‘plat’ dat oneindig ingewikkeld is en zich afspeelt in een multidimensionale ruimte. In de theoretische natuurkunde heet dat een holografische projectie (met dank aan Gerard ’t Hooft die daar de Nobelprijs voor kreeg). Dat ‘plat maken’ van die enorme complexiteit maakt dat we kunnen begrijpen wat er gebeurt in die ruimte. Plat maken betekent dat ik als het ware een landkaart voor me zie. Net zoals ik in de realiteit van het bestaan weet dat een landkaart een plat stuk papier is en dat mijn vakantiereis bijvoorbeeld echt door een heuse 4-D-ruimte gaat. Nooit last van gehad, toch?
Zo moet je kijken naar het platte vlak dat ontstaat als je de vier hoekpunten in beeld hebt. Je beschrijft op dat platte vlak een reis, een route, terwijl de echte reis door een multidimensionele ruimte gaat.

Ik loop de vier hoekpunten langs en dan begint mijn reisverslag al.

Wat ik ermee bereiken wil: dat we ons een voorstelling kunnen maken van dat platte begrensde vlak. Voor al die mensen die nu roepen: ‘weer een vierkant, weer een model’, het volgende.

De wereld van nu zit vol modellen en vierkanten. Allemaal ordeningsprincipes. Allemaal pogingen om te ordenen, zonder dat duidelijk is wat het is dat je ordent. Wat ik hierboven presenteer is er weer een. Weer een vierkant. Ik kan hier nu wel zeggen dat dit ‘het moeder vierkant van alle vierkanten is’. Kom daar zelf achter. Alle modellen, echt alle modellen, komen voort uit één en dezelfde metalogica van betekenis en wat ik met het bovenstaande TDCZ-vierkant laat zien is het basis-frame van deze bijzondere logica.

Een logica die in de wiskunde ver is uitgewerkt. Dan wordt de TDCZ-logica een 256-bit processor van de mind die alle ‘verstrengeling’ en daaruit resulterende kansverdelingen of ‘superposities’ regelt en ervoor zorgt dat mensen elkaar kunnen vinden in een ‘spin-up-toestand’.

Dan zitten we helemaal in het kwantumbewustzijn en de toekomstige kwantumcomputer. Dan wordt het ongelooflijk complex maar ook erg opwindend. Dan weet je dat een nieuwe tijd aanbreekt. Want dan kunnen we die zo geconstrueerde mind ook in machines zetten. We kunnen ons zelf nabouwen. Het is voor mensen die de realiteit van nu als enige waarheid voor zich zien, spooky wat hier mogelijk wordt.

Ik omschrijf de vier hoekpunten nu eerst. In het vervolg daarop doe ik dat opnieuw en gebruik ik de language of thought om dichter bij mezelf te komen. Ik kleur in deze language of thought ‘mijzelf’ steeds meer in. Om te ontdekken welke figuur uit deze story telling tevoorschijn komt: dat ben ik.

Iedereen kan dit. Iedereen doet het ook: in stilte. Ontelbare keren per dag, per minuut, per seconde, per oneindige kleine cyclus. Blijf het doen. Leer dat het een taal is die je beheersen kan.

De Z

Het hoekpunt rechtsonder (de Z) is en was voor mij cruciaal. Het hoekpunt representeert de eigenheid van “mij”: mijn lichaamsziel die er altijd is, was en zal zijn in wat ik doe en hoe ik functioneer als lichaam. Z definieert mijn ‘zijn’.

Vooraf: ik praat over de lichaamsziel als een spirituele ervaring. Niemand ‘kent’ de lichaamsziel. Nog nooit heeft iemand de lichaamsziel gezien. Daarvoor is ‘kennis’ nodig die moet indalen. Dat is wat wereldwijd gebeurt nu. Mensen gaan begrijpen waar de ziel mee bezig is. Altijd mee bezig is geweest. De lichaamsziel is ook niet in z’n eentje: de lichaamsziel heeft metgezellen. Dat zijn de andere drie concepten. Ze zijn samen één.

Tegelijk kan ik naar mezelf – naar die “Z”- kijken in die onmetelijke ruimte en dan is het net of ik afstand neem van die lichaamsziel. Dan is het net of die lichaamsziel zich splitst of beter: in gesplitste vorm aanwezig is.

Soms lijkt dat de positie van regisseur: een regisseur die niet alleen naar die lichaamsziel Z kijkt, maar ook naar die andere drie concepten die nodig zijn bij de opbouw van wie ik ben. Concepten die ik hieronder nog bespreken moet.

Toch is het belangrijk om vanuit dit concept van de lichaamsziel al de aanrakingen te definiëren met de andere drie hoekpunten, ook definieer ik ze pas hieronder.

Ik sta in het centrum van alles, in de positie van regisseur van mijn eigen levenspad, het pad dat de lichaamsziel, het Zelf Z, beloopt.

In die positie van regisseur ben ik onderdeel van het alles dat was, is en zal zijn en kan ik ongekende conversaties aangaan. Ik sta als het ware alleen in die enorme gewaarwordingsruimte en kan ‘bedenken’ wat ik wil en ga doen.

Het is een bijzondere reis die je dan maakt, geheel geconcentreerd rond het begrip ‘zelf’ en de verbondenheid van dit zelf met jouw lichaam en de fysieke reis van jouw lichaam door dit leven.

Een blije reis omdat je geniet van wat mogelijk is en omdat je je realiseert dat alles wat ooit verkeerd is gegaan, ook weer volledig herstelbaar is. Alsof nooit iets fout is gegaan en er nooit pijn en verdriet zijn geweest.

Ja, daar hoort bij dat je je zelf ook in de spiegel hebt durven aankijken. Dat is pijnlijk. In al mijn gevechten met dit leven heb ik alleen maar slachtoffers gemaakt (denkt de Oblomov in mij treurig), en ik heb daarbovenop mezelf tot het grootste slachtoffer gebombardeerd.

Slachtoffer van een systeem dat me (deze ziel voordat ik Chris Juta werd) dwong uit stappen in een aardse realiteit die ik niet begreep. Waarom moest ik ergens uitstappen? Welke trein had ik genomen? Waarom stopte die trein op dit station en waarom en waarvoor moest ik hier uitstappen?

Zo definieer ik mijn geboorte. Ik stapte in een leven, in een realiteit waar ik helemaal geen trek in had. Zo definieerde ik mijzelf als het gevolg van een ongewenste confrontatie en ben dus zelf altijd de confrontatie gebleven. Daar is de persoonlijkheid en zoekende mens in mijzelf uit voortgekomen.

Wat de reis bijzonder maakt is dat je van dit beeld afstand leert nemen. Niet dat je het beeld weggooit, want je gooit nooit iets weg. Je neemt wel afstand van het drama, de zwaarte, afstand van wat was. Je komt daarmee automatisch terecht in het potentiaalveld, een toekomst scheppend veld waarin dat wat was er gewoonweg niet meer ‘is’.

Op zich zelf is dat al een bijzondere ervaring: als je in die ruimte zit ís er geen verleden, net zo min als er een toekomst en een heden is. Alles is wat is. Alles wat was, is. Alles wat toekomst is, is. De ruimte waarover we praten sn een ruimte van volkomen informatie-behoud.

Alles is potentie.

Dat we als lichaam een geheugen hebben maakt dat we het leven voelen en dat uit die container van opgeslagen herinneringen en ervaringen ons realiteitsbesef voortkomt. Van moment op moment vult dat geheugen zich, zodat we in de realiteit goed beslagen ten ijs komen. Maar dat geheugen is slechts een verslag van de reis, van het pad dat je gelopen hebt. Als je de ruimte ingaat en leert kennen dan kun je alles overschrijven wat nu geheugen is.

Als je de Z verbindt met de D – die we hieronder nog bespreken moeten – krijg je een bijzondere as: de stamina-as, de as van de verbinding, de as die de randvoorwaarden creëert voor de ‘entanglement’. We zullen zien hoe belangrijk dit begrip entanglement of verstrengeling is. Als intenties verstrengeld zijn ontstaan betekenissen in de realiteit. Alle nieuwe entanglement genereert nieuwe betekenissen en dus nieuwe realiteit.

ZD is de as van de lichaamsziel. De as waarop de lichaamsziel zich weer herenigt in waar alle alle helderheid en zuiverheid en verbinding om gaat: liefde.

Zoals ik al zei is het niet gemakkelijk om dit Zelf, deze lichaamsziel en zijn pad, te ontdekken. Uiteindelijk natuurlijk ook weer wel. Bewustwording is irreversibel. Uiteindelijk is alles gemakkelijk.

Laat me ook wat reële ‘problemen’ schetsen die het zelf op zijn pad tegenkomt:

Als ‘ik’ reizen in mijn hoofd maak en daar de waarde van ervaar, is in het hoofd van de Ander niet hetzelfde gebeurd. Ik kan voor mezelf het licht hebben gezien na een leven vol confrontaties met de ander, dat maakt niet dat die ander op deze aarde mij ineens als een verlicht of liefdevol mens gaat zien, of als een vader die op zoek was naar zijn eigen gelaat. Dat laatste is niet simpel om te zeggen en je zegt ze dan ook niet zomaar.

Je zult de verbinding die er is in die onmetelijk grote ruimte van de gewaarwording, letterlijk tot stand moeten laten komen in de realiteit van je lichamelijke leven. In houding, gedrag en denken dat past bij het nieuwe inzicht. Een groeiproces dat samengaat met het helingsproces.

Ik kan alleen maar zeggen: de language of thought is een ‘tool’ die ik leer gebruiken nu en die daarbij enorm behulpzaam is.

De C, ‘het systeem’

Het hoekpunt linksonder (de C) is de mens die op zijn strijdwagen ten strijde trekt. Typisch een metafoor die “ik zei de gek” zou uitkiezen, maar elke andere metafoor mag ook. Het gaat om iets van groot belang en ik benoem het hier met ‘systeem’ en de ‘systeemwereld’ waarin wij als mens verschijnen, hoe je systeem ook definieert. Heidegger spreekt van Dasein: het ‘er zijn’. Ieder mens heeft en kiest uiteindelijk voor zijn verschijningsvorm, zijn Dasein.

Dat start met je geboorte als je als mens leert te bestaan en voortbestaan in een ‘systeem’, een omgeving, een familie. In het werkende leven leren we de C kennen als context. Dan gaat het om de verantwoordelijkheden die je neemt, de taken die je uitvoert, de regels die je volgt. Ook in de ambities die je hebt en de kennis die je ontwikkelt om je eigen bestaan veilig te stellen en uit te bouwen.

En weer even de aanraking met het onbekende:

Als je de T en de hieronder nog te bespreken C verbindt met elkaar zie je de as van de eigenwaarden aan het werk. Eigenwaarden die neerslaan als betekenissen ‘aan de andere kant’, als ‘gecollapste’ intentionaliteit in de realiteit zoals we die kennen, ons wereldtoneel.

Met Z en C zijn twee kardinale scharnieren van onze realiteit gedefinieerd waarmee de gewaarwording werkt. Het zijn basismechanismen die in elk mens spelen. Z en C – lichaamsziel en zielslichaam – zijn ononderscheidbaar aanwezig: als mijn geest die gedragen wordt door mijn lichaam. Lichaam en geest die beide verantwoordelijk zijn voor mijn identiteit. Ik ben een dualiteit.

Het is de eigenwaarde-as (de verbinding tussen T en C) die mijn leven heeft gedomineerd, weet ik nu en ik buig daar diep voor. Met steeds meer verbetenheid vocht ik mijn leven door alle materie heen, wetende dat ik op de vlucht was voor iets. Iets dat maar geen gelaat had en kreeg. Nu begrijp ik het en dat maakt me blij van binnen. Ja ook verdrietig.

De D

Het hoekpunt linksboven (de D) is wat de mens zoekt in aanraking met de ander en in het gelaat van de ander. De D staat voor de Ander, een prachtige ontdekking van Emmanuel Levinas. Nog wat verder: D staat voor de geheimzinnige bron achter dat wat D van zich laat zien in de ruimte. Dat is de oneindigheid van waar verbinding om gaat: liefde en dus “God”. Dat is niet een claim: God of Liefde – welke woorden je daar ook aan geeft – ‘claimen’ niets. Verbinding claimt niets. Verbinding of entanglement is of is niet: als manifestatie. Terwijl verbinding er nooit niet kan zijn. Net zo min als je niet niet kan communiceren.
Verbinding is eenheid van de een met de ander, zonder ooit samen te vallen. Dat kan niets anders dan liefde zijn en dat waar liefde uit voortkomt: nondualiteit.

Het authentieke zelf Z met zijn lichaamsziel als zijn representant, heeft D en dus de liefde voor de ander, als zijn natuurlijke metgezel. Beide – de lichaamsziel Z en de ander D – zijn “één” in “de ruimte” en ze ontstaan tegelijkertijd in en uit elkaar.

Tegelijk zal D nooit meer doen dan alleen aanraken, want “zij” – D is ‘feminien’- krijgt en hoeft niets terug voor haar helende aanraking.

D is het meest illusoir van het TDCZ gezelschap. D is er en is er niet. Van de lichaamsziel Z kan ik nog zeggen dat ‘ik’ – zegt het ego – ervaar dat die ziel er is. Voor D geldt (net als voor T) dat het om een metafysisch verschijnsel gaat. D (en T) zijn niet reel, concreet, pakbaar, waarneembaar. Ze zijn er desalniettemin, onverbiddelijk en in de totale ruimte werkelijk aanwezig.

D staat per definitie voor de collectiviteit: alle Anderen. Verbinding is per definitie een eigenschap van velen. D ís de collectieve geest van het delen en vermenigvuldigen.

D is de bron van alle creatie. Wat niet hetzelfde is als manifestatie.

Zowel D als de hieronder te benoemen T staan voor de wereld van de metafysica. Terwijl Z en Z het gebied van de fysica representeren.

Als we Z en D verbinden – dat vertelden we hierboven al – zien we de Stamina-as aan het werk. De as van de randvoorwaarden die elk systeem eigen is.

Ook de as van de integriteit waar het vandaag de dag in de samenleving zo om gaat: het is juist die as van integriteit, eigenheid en verbinding met de ander die in onze zogenaamd democratische samenleving – waarin alles alleen nog maar draait om ‘handel en deals’ – totaal uit beeld is geraakt.
Populisten, dandy’s en geïnstitutionaliseerd gesjoemel doen de rest in deze samenleving waarin alles draait om gemanipuleerde aandacht en waarin feit en fictie (intentie) door elkaar heen zijn gaan lopen. Het is in de kern wat we nu fout zien gaan en waar Levinas op wees: in ons westerse kapitalistische denken heeft (veel minder dan in het oosten) de Ander – D – nooit echt een plaats gehad.

We zijn daardoor op een bizarre manier verslaafd aan “likes” en mensen zijn hun waarderingen op de website belangrijker gaan vinden dan het werkelijke leven. Allemaal weten we van binnen wat hier speelt: we zijn op zoek naar verbinding en deelname. Geen mens uitgezonderd. Aandacht geven en nemen is onderdeel van het spel van de aanraking van ons mensen. De “big five” (Google, Amazon, Apple, Facebook, Microsoft) zijn zo groot omdat ze de digitale machines hebben om aandacht op te wekken in het menselijk brein (waar de neurotransmitter dopamine voor nodig is: voor beweging in aandacht, voor staat van alertheid, voor het leren en het gevoel van beloning) en te exploiteren. Social Community-verslaafden verwarren duimpjes en hartjes met waarde, terwijl het uiteindelijk om nep populariteit gaat. We hebben schijn-anderen gekweekt in de platte wereld van de feiten. Ik kom daar in het volgende hoofdstuk van dit boek op terug.

Ik voel schaamte als ik ga vertellen over de Ander en Liefde. Heeft Liefde ooit op mijn eigen gelaat gestaan? Heeft De Ander, hebben mijn kinderen, ooit echte liefde in mijn gelaat gelezen? Of alleen sociale performance? Of alleen die gedrevenheid die me zo kenmerkte, dat immer gerade aus, op weg naar onbekende bestemming, nooit achterom kijkend?

Het intens droevige is dat het allemaal begint in de moederschoot, in mijn C.

Mijn begin is de baarmoeder van mijn moeder. Ik was niet de eerste. Mijn moeder had haar eerstgeborene – mijn broer ‘hansje’ – in het Jappenkamp opgeofferd aan de logica en discipline van haar “systeem-1”. Een systeem waar ik het heel veel over zal hebben en een systeem dat ik lang mijn gevangenis genoemd heb.

Van Hoogduitse adel afstammend kon mijn moeder het jappenkamp verlaten met haar doodzieke zoontje van 4 jaar. Maar ze hield zich aan de ‘code’ van systeem-1: ze was nu getrouwd met een Nederlander, mijn toekomstige vader die in een ander jappenkamp zat. Het is de rücksichtsloze Duitse discipline die hier opvalt: je doet wat je moet doen, al is het ten koste van alles. Hansje overleed in het kamp. Na de bevrijding in 1945, het elkaar terugvinden van mijn vader en moeder, verschillende miskramen, kwam eerst mijn oudste zus. Toen kwam ik, op 11 mei 1950. Daarna kwam nog een zus.
Ik wil er niet veel over zeggen. Het is diepliggend verdriet en de geschiedenis van een getourmenteerd gezin. Ik stapte in het leven  en vulde de opengevallen plaats van Hansje in. Eigenlijk was ‘ik’ er niet. Ik denk ook niet dat ik in het gelaat van mijn moeder ooit liefde heb gezien, alleen verdriet en ongeluk en vooral meedogenloze discipline. Is het dan een wonder dat je zelf op dat pad van de Liefde, op het pad van de zoektocht naar de Ander, niet goed toegerust bent? Is het gek dat mijn oudste zoon iets zag in het gelaat van zijn vader dat er niet behoorde te zijn. Is het gek dat hij daar ‘boven’ uit heeft willen komen en nooit zijn vader echt in het gelaat heeft kunnen kijken? Zoals uiteindelijk al mijn kinderen het gelaat van hun vader nooit gezien hebben. Zoals ik ook het gelaat van mijn vader en moeder nooit echt gezien heb? Nu realiseer ik hoe mijn moeder gevochten heeft en welk verdriet ze heeft moeten verwerken. Ik buig daar diep voor. Dat is laat, heel laat. Ik heb eigenlijk altijd alleen maar alles willen vernietigen waar mijn moeder voor stond. Al het ‘Duitse’ in haar. Nu weet ik hoe ‘Duitsland’ (Kant, Brentano) een belangrijk aandeel had in de groep zielen die met dit onderwerp is bezig geweest.

Ja, ik heb wel altijd mensen bij elkaar gebracht. Ik was en ben een social community dier. Een soort D-energie: je doet het samen. Maar context scheppen is niet hetzelfde als verbinden. Als context en resultaat centraal staan, is verbinding heel iets anders dan wanneer de ontdekking van het Zelf in de verhouding met de Ander centraal staat. En ja: je hebt verbinding nodig om een context succesvol te maken.

Nu pas begrijp ik hoe mijn eigen kinderen zich – ook – niet gezien moeten hebben gevoeld door mij. Terwijl ik van mezelf vond dat ik een geweldige context aan het scheppen was. Voor mij had ik en was ik vader van een mooi gezin. We konden alles, we hadden alles. Dat is niet gemakkelijk om uit te spreken. Wat stond er in mijn gelaat te lezen als ik zo druk was die context te scheppen? En, zoals ik me nu realiseer, zo druk op weg was naar dat onbekende einddoel, mijn ‘purpose’, mijn raison d’etre. Zag ik de ander staan of zag ik het sociale succes van mijn pogingen om succesvol te zijn?

Ik was blind voor dat me aandreef en bleef aandrijven, met onstuitbare energie en diepverankerde gevoel van pupose. Ik bleef jagen op weg naar dat wat achter mij lag, wat in mijn geschiedenis lag, waar een groep van zielen al heel lang mee bezig is, een reis van een groep zielen waar ik misschien wel een laatste schakel in ben. Misschien is voor mij de belangrijkste geweest Franz Brentano (1838-1917), grondlegger van de filosofie van de psychologie en het concept van de intentionaliteit. Brentano maakte als eerste onderscheid tussen mentale en fysieke fenomenen.

Wat zagen mijn kinderen in hun vader? Hebben zij zich als ontluikende mensen en ontluikend bewustzijn, gezien gevoeld, geholpen gevoeld, geraakt gevoeld door de liefde van hun vader? Wat hebben mijn kinderen in hun geheugen opgeslagen als gestold beeld van de werkelijkheid die hen heeft voortgebracht? Hoe kunnen ze ooit hun vader herkennen in mijn gelaat nu?

Een gelaat dat ik voor het eerst van mijn leven in mijn nieuwe spiegel kan bekijken. Ik wist nooit wie ik was als ik in de spiegel keek: wie zag ik daar? Op de een of andere manier wilde het beeld maar niet completeren tot een beeld dat ‘ik’ het was die mij in de spiegel aankeek.

Voor mij blijft over dat wat ik in de spiegel zou willen zien van mezelf ís D: liefde. Angstig mooi en ik schrik er van om het zo op te schrijven, om daarna glimlachend aan het werk te gaan.

De T

Het laatste hoekpunt (de T) rechtsboven tenslotte is wat de mens zoekt in de absoluutheid van het weten hoe de dingen werken. In z’n schoonheid staat T voor de Kennis als eigenschap van Tijd. T staat voor tijdloze Waarheid, Absoluutheid, Almacht.

T is net zo illusoir als D en ze vormen dan ook samen de metafysische wereld. Maar terwijl D voor het licht en helderheid staat, zo staat T voor de donkerte en de massaliteit van het Alles dat ook Niets is.

Het is de reden waarom TDCZ-logica begint met de T: het startpunt van alle logica in het Niets dat ook Alles is. Vanuit T vindt de indaling van plaats in de ziel Z en zijn pad. Het zielslichaam dat zich zelf leert kennen.

Als je oneindig precies alles weet van hoe en waarom alles werkt zoals het werkt, en alles volledig hebt uitgenut (en dus uitgeput?) wat er uit te nutten en uit te putten is, wat zou er dan resten van de ziel en die ander?
Dat kan dus helemaal niet. Net zomin als de lichaamsziel Z de weg naar de liefde D ooit zal completeren, omdat dan de zin van het bestaan en van bewustwording op weg naar betekenisgeving C weg zou vallen.

Nooit zal het ooit enige context C lukken om absolute Waarheid en absolute Kennis en absolute Macht T te worden. Het is een bizar streven van hedendaagse megalomane tsaren als Putin en Erdogan, hongerig naar nieuwe grote wereldmacht. Net zoals het een bizar streven was om het Kalifaat te stichten. Maar het gebeurt en het gebeurt met steeds meer kracht. Identiteit, macht en religie vormen een kwaadaardige cocktail waarin gedefinieerde kennis van wat waar is – ingebracht door wetenschap en media – de verbindende factor is. Per definitie gaan machtsontwikkelingen samen met macht over kennis en media instituten.

Voor mij is kennis natuurlijk ook altijd ‘alles’ geweest. Met kennis overleef je. Met kennis ontwikkel je macht. Met kennis heb je ‘de ander’ helemaal niet nodig, je overleeft zelf wel.
Maar kennis alleen leidt je naar het alles dat ook niets is. Kennis leidt je dan misschien naar macht, maar brengt je nooit op het pad van de ander en dus op het pad van geluk. Kennis in zich zelf en het beheersen van de kennisbronnen leidt tot niets. De illogica aan het werk: kennis leidt tot ‘iets’ dat je nooit kent. Praktisch en wat cynisch: je hebt legers van geheime diensten nodig om vervolgens op te sporen wat je niet kent. De geschiedenis staat bol van dit soort verhalen.

Mind without body, lichaam zonder ziel

Wat ik hieronder wil doen is iets beschrijven wat me een heel leven heeft bezig gehouden. De vraag hoe mijn hoofd en mijn lichaam zo gescheiden van elkaar zijn geraakt. Ik heb me lang en ook steeds meer een wandelend hoofd gevoeld. Het was en is voor mij een enorme overgang om hoofd en lichaam te verbinden.

Dat is een wat verdrietig verhaal voor mezelf: die zoektocht naar wie ik meer was dan een hoofd.

Raar dus eigenlijk dat ik hier over de reis door mijn hoofd ga hebben. Blijkbaar is dat hoofd toch meer dan een ding op mijn nek en schouders.

Als ik op reis ben in mijn hoofd, in die onmetelijke complexe multidimensionale ruimte, wat voor gelaat heb ik dan? Hoe zie ‘ik’ eruit in die ruimte?

De vraag maakt de verwarring zichtbaar die zich van mij meester maakt. Ik had al geen gelaat – niet echt, denkt de Oblomov in mij – en nu vraag ik naar mijn gelaat in een ruimte die geen gelaat meer kent.

Als ik in de spiegel kijk – dan zit ik niet in mijn hoofd – kijk ik “mijzelf” aan. Dan herken ik mezelf en dan vind ik iets van mezelf. Ik vraag me nooit af wat ik niet zie als ik in de spiegel kijk, wel altijd wat ik wel zie. Want begrijp ik wat ik zie?

In de wereld van de dingen, dus in de realiteit van alle dag, kun je niets met elkaar als je geen gelaat hebt. Via het gelaat wordt de eigen zijns-constructie gecommuniceerd. Als dat gelaat kan worden waargenomen en ‘entanglement’ ontstaat in de wisselwerking, gebeurt er iets en anders niets. Alles wat handeling en beweging is in dit leven, komt tot stand als product van waarnemen en entanglement. Waarnemen van de ander en dus van het ‘gelaat’ van de ander.

Kom daar maar eens mee in het organisatieleven van vandaag, denk ik treurig. Als je gelaatloze bestuurders ziet die hun gelaatloze werk doen in gelaatloze organisaties. Je ziet deze gelaatloosheid in instituties bizarre vormen aannemen. Maar goed, terug naar mijn hoofd:

Mijn reis in mijn hoofd is er altijd, was er altijd en zal er altijd zijn. Zoals dat bij elk mens zo is. Het gaat erom hoe je je als mens bewust wordt van dat ‘feit’: dat je allemaal een pad volgt in die idioot grote, complexe ruimte.

Het begrip ruimte is belangrijker dan het begrip pad. Paden zijn dingen die je ziet, als je de te belopen route voor je ziet of achterom kijkt en de route ziet die je gelopen hebt. Paden zijn een verslag van wat bewustzijn vermag. Paden laten zien hoe je betekenis hebt gegeven aan intenties. Als je aan paden denkt, zit je al in de realiteit. Het pad door de grote geheimzinnige imaginaire ruimte ontstaat immers door de punten van betekenis met elkaar te verbinden die ontstaan in de waarneming en dus handeling van de mens in zijn realiteit. Paden zijn een reële ontwikkeling van betekenis in de zintuiglijke realiteit van ons bestaan. In die grote imaginaire ruimte die achter ons wereldtoneel schuil gaat, bestaan geen paden, maar bestaan slechts ‘toestanden’, mogelijkheden of potenties. In de complexe ruimte van onze intenties is alles ‘toestand’ en we hebben toestandsbeschrijvingen nodig om te beschrijven wat er zich in die grote ruimte afspeelt.

Op het moment dat ik zo kan spreken over die mentale ruimte, ben ik mezelf kwijt. Ik hop immers van moment tot naar moment, van betekenis naar betekenis, zonder ooit een causaliteit te moeten hebben waarom ik van de ene betekenis op de andere overspring. Zonder ooit het gevoel te hebben dat ik consequent moet zijn. Consequentheid, lineariteit, causaliteit: dat zijn ‘dingen’ van de realiteit, van ons wereldtoneel. Ze bestaan niet in de multidimensionale werkelijkheid van ons ‘kwantum bewustzijn’. Kinderen hebben er geen last van als ze geboren worden. Het is de realiteit van de opvoeding die kinderen vol stopt met consequentheid, lineariteit, causaliteit. Met ‘de dingen’ die we als strandjutters vinden op het strand als de zee zich heeft teruggetrokken. We stoppen – al helemaal in Nederland – de kinderen vol met de gedachte dat je moet leren ‘gewoon je best’ te doen. Dat verschrikkelijke ‘gewoon’ dat in muf geurende domheid en sjoemelende handelsgeest heilig wordt verklaard.

Mijn pad op dat wereldtoneel, dus in mijn échte reële bestaan als vader en werker, is een bumpy road geweest. Zoals dat voor de meesten zo is. Ik voelde gaande weg soms wel dat zich iets begon af te tekenen in mij, maar ik had er geen grip op. Beetje bij beetje – en mijn hemel wat is dat een ongelooflijke reis geweest – heb ik de sluier kunnen wegtrekken die verborgen hield waarom gebeurde wat gebeurde. Het is voor mezelf een indrukwekkende reis geweest: hoe ik zelf als mijn grootste vijand achter mezelf aan vluchtte. Als je dat zinnetje leest dan weet je niet goed wat er staat omdat het ‘illogica’ is, niet-lineaire logica. In deze non lineariteit drukt het zinnetje perfect uit wat ik voel.

Mijn ziel in mijn lichaam heeft me altijd geholpen. Altijd was dat lichaam en dat wat dit lichaam voorstelde, er voor “mij”, die hopeloos op zoek zijnde mens, die maar niet begreep wat hij op de wereld te doen had en daar tegelijkertijd elke dag en elke seconde mee bezig was. Hoe vaak heb ik me niet afgevraagd waarom ik toch op “dat station op deze aarde” ben uitgestapt om geboren te worden in een vijandige, onveilige wereld en met een bestemming waarvan ik niets begreep?

Ik trouwde en kreeg kinderen en ik begreep nog steeds niet op welke pad ik zat. Ik bestond in een genadeloze systematiek en ritme die ik systeem-1 noem. Nu begin ik diep respect te ontwikkelen voor dat systeem-1 en laat me deze paradox uitleggen.

Van of in de stroom?

Ik begrijp nu hoe de natuur en de biofysica mijn lichamelijkheid van moment naar moment heeft opgebracht. Nu pas begrijp ik hoe op Nano niveau mijn genetica alleen een oppervlaktelaag is. Een dun schilletje van structuren die een fenomenale werkelijkheid versluiert van oneindige schoonheid: de “fenomenologische constructie” van de mens en van wat mensen samen zijn, als vorm van mentale energie.

Energie die oneindig veel verder gaat dan de energie die mijn lichaam vertegenwoordigt en dat wat mijn lichaam allemaal opbrengt.

Nu pas begrijp ik begrijp ik hoe het werkt. Hoe het nooit alleen de harde genetica was die mij maakte tot wie ik was. Dat er altijd een gevoel van bestemming aan het werk was waarbinnen die harde genetica zijn werk deed. Nu kan ik het gevoel omarmen dat ik weet waarom die hele reis begonnen was: mijn reis van mijn ziel, mijn ‘verhaal’ dat ik naar buiten breng met dit boek.

Nu begrijp ik de stroom waar ik deel van uitmaakte.

Is dat een verontschuldiging voor alles wat ik ‘fout’ heb gedaan? God, wat zit dat ‘fout’ er toch diep in. Je schuldig voelen voor wat fout ging. Schuld en boeten hebben lang centraal gestaan in mijn leven. Wat kun je toch gegijzeld worden door een geweten dat in systeem-1-stand staat. Het zit er  diep in. Mijn vader vastte op vrijdag in het Jappenkamp: hoe verzin je het. Later in zijn leven verliet hij als rebel de kerk

Nu begrijp ik waarom ik handelde zoals ik handelde. Nu is er compassie, ook naar mezelf. Ik kan in oprechtheid zeggen dat ik nooit het kwade voor ogen heb gehad. Ik wist alleen niet wat liefde was.

Nog steeds ben ik verbaasd over een tekening die ik ooit van mezelf maakte, meer dan 20 jaar geleden. Ik tekende een zwarte ballon die zweefde en op een onduidelijke manier verankerd was met “iets” dat op grond of bodem leek. Het was de eerste manifestatie van wat ik mij gewaar werd in mijn hoofd van mijzelf. Voor het eerst creëerde ik een representatie van mezelf, zonder dat ik wist wie die zelf was. Vermoedelijk die ketting. De zwarte ballon leek een bestemmingsloos en van haar ontstaansgrond losgezongen drama. Het zijn van die plaatjes die je doen realiseren dat je wat op te lossen hebt. Het is de start van de reis. Je kunt niet anders meer.

Op zijn sterfbed zijn mijn vader tegen mij: “ik heb het zo fout gedaan in mijn leven”. Daar sta je dan als zoon van 37 jaar oud. Je vader nauwelijks kennend. Geen flauw idee waar hij het over had. Dat kwam pas later. Altijd nam ik me stilletjes voor om niet zo te eindigen als mijn vader, met die teleurstelling over de keuzes die hij in zijn leven had gemaakt. Terwijl hij een vol en eigenlijk heel rijk leven achter de rug had. Altijd woesthard en enthousiast werkend. Blijkbaar niet het leven waarvoor hij op deze wereld was gekomen. Niet het leven dat zijn ziel had willen leiden. Waar was hij dan naar op zoek? Ik zou willen dat ik het wist, al denk ik dat hij het zelf ook niet meer wist.

Het is een afschrikwekkende gedachte: dat je bewust leeft om tot de ontdekking te komen dat je voor het verkeerde bewustzijn gekozen hebt. Kan dat? Ja, dat kan. Het kan en het gebeurt als je jezelf niet los kunt raken van de fysieke realiteit van het lichaam, dus als je niet in staat bent om lichaam en geest te onderscheiden. Als je niet in staat bent om naar je eigen mentale handicaps te kijken: de handicaps die je gevangen houden in de patronen van handelingen die ontwikkeld zijn als reacties op wat zich voordoet als jouw realiteit. Als je niet kan kijken naar hoe deze ‘gevolgen logica’ je steeds vaster op een route zet van de dingen die “embedded” zijn, omdat je het gesprek met jezelf niet voert. Dingen die gáán gebeuren omdat je ze zelf hebt veroorzaakt, omdat het je eigen lineaire keuzen zijn in een non-lineaire wereld die je niet begrepen hebt en die alleen maar kan eindigen in het besef dat je je nooit begrepen hebt hoe het anders kon….als je niet leert om de wisdom barrier te overschrijden.

Nu weet ik hoe ik een wandelend hoofd was geworden. Ik ben die zwarte ballon van donkere Kennis. Een hoofd vol kennis van hoe het werkt. Kennis van het bestaan, van hoe ‘er te zijn’. Kennis van wat ‘waar’ is. Kennis van inhoud en vorm en van mentale manifestatie: dus hoe mentale energie in lichamelijke energie en dus fysieke arbeid wordt omgezet.

Ik heb me in mijn eigen verbeelding en beleving kunnen onderscheiden door de ontwikkelde kennis. Ik heb het verschil willen en kunnen maken in de overtuiging dat het anders moest. Alleen begreep ik nooit waar die overtuigingsdrang en dat gevoel van lotsbestemming of purpose vandaan kwam. Tot ik erachter kwam waar dat anker en die ankerketting in de figuur hierboven voor staan.

Nu begrijp ik dat dit anker een voorstelling was van mijn ziel. Ik was letterlijk diep verankerd met iets, alleen heb ik nooit begrepen dat mijn ziel mijn eigen anker was. Een ziel die niet achter me aan vluchtte, maar trouw was aan “ik die mijn lichaam was en zijn ziel kwijt was”. Een lichaamsziel Z intrinsiek verbonden met de helderheid en liefde van D. Een lichaamsziel Z die altijd hielp en klaar stond, maar die ik – mijn ego en mijn zielslichaam C – nooit zag, kon zien of wilde zien. Ego-lijn en zielslijn waren hopeloos uit verbinding. Het maakte en maakt me emotioneel instabiel, een soort flipperkast die tot rust wil komen.

Franz Brentano

Een zielslichaam C hoe oud? Ik weet het niet. Ik heb wel dat indringende gevoel dat er over mijn schouders wordt meegekeken naar wat ik doe. Iedereen ‘achter mij’ wil dat ik doe wat ik doe. Een enorm leger van zielen wil dat ik dit doe. Ik ken ze niet, want ze zijn gelaat-loos. Ik converseer met ze, zonder te weten met wie of met hoeveel, zonder taal. Vaak lachen we, en dan ben ik in mijn eentje in mijn werkkamer. Dan heb ik ineens dat gevoel van niet alleen zijn maar met oneindig velen samen zijn. Ineens ben ik thuis in het enige echte familiesysteem dat er is. Dan weet ik dat niets toevallig is. Ik weet hoe ik het werk van Franz Brentano voortzet: grondlegger van de fenomenologie en familie van mijn moeders kant. Ik kan niet uitleggen dat ik het gevoel heb dat Immanuel Kant ook in dat groepje zielen zit. Het zit allemaal zo dichtbij als je naar hert familienetwerk kijkt aan mijn moeders kant. Maar het was niet alleen mijn moeder. Marx en mijn overgrootvader woonden samen in Zaltbommel, nota bene. Marx trouwde met een Juta. Ik heb het gevoel dat er een groepje zielen bezig is met dit onderwerp en dat ik iets wezenlijks op het pad van die groep zielen kan beteken.

Dat is zo’n bizar gevoel: dat je samen aan iets werkt. Eerst is de ontdekking van een diepliggend gevoel van purpose in mijzelf. Dan de ontdekking dat je een minuscuul deeltje bent van een enorme golf aan bewustzijnsenergie op weg naar betekenisgeving. Kosmische energie en intentionele energie die zich verdichten nu en verstrengeld raken en geboren worden. Elke seconde nu. Overal op de wereld. Wie had dat nou gedacht?

Nu vecht ik niet meer in de stroom en tegen de gevangenis van systeem-1.  Nu ben ik deel van de stroom geworden en dat voelt heerlijk. Het voelt heerlijk om deel te zijn van de stroom van betekenisgeving – die ik de Phi (Φ) stroom noem – en van iets wezenlijks dat ons als mensheid overkomt. Omdat we als mensheid één familie zijn verbonden in dat onbegrijpelijke TDCZ-‘grid’ en de onverbiddeleijke PHI (Φ) stroom. Alle betekenis Φ slaat neer in realiteit én wordt terug gegeven aan de eeuwig durende cyclus die intentionele energie en manifestatie-energie doet verstrengelen in betekenis.

Het bizarre, mooie, opwindende  is dat we als mensheid een ongekende sprong in bewustwording gaan meemaken.

Het is opwindend om door te krijgen hoe dit evolutionaire proces verloopt. Theorie, model, wiskunde, language of thought, zijn er. Reële ‘bewijzen’ dat de theorie deugt zijn er al in de markt: waar is wat werkt en gaan er in overvloed komen. We kunnen zien hoe het werkt en zien doet geloven, toch?

We gaan begrijpen hoe we het proces kunnen beïnvloeden dat we ‘betekenisgeving’ hebben genoemd. Ofwel: de ‘collaps’ van intentie in realiteit.

Dat ‘betekent’ dat we gaan begrijpen hoe de aardse realiteit van steeds groter wordende ongelijkheid en schade aan de natuur, van steeds grootschaliger ecologische en klimatologische rampen, en van steeds grotere misdaden tegen de menselijkheid, een dodelijke spiraal naar lagere niveaus van bestaan inhoudt.

De ‘outflux’ van energie in betekenissen van materieel belang op aarde is steeds meer alleen voor de macht van nu van belang, dus voor ‘bezit‘, van lokaliteit, van grond, van schaarste, om het verschil en het onderscheid met de ander te kunnen maken.
Het is energie die qua impact zeer snel gaat verliezen nu van de ‘influx’ van nieuw integraal bewustzijn.

Het effect van beide stromen – die elkaar mogelijk maken – is dat de dodelijke neergaande spiraal die nu aan de gang is en die tot steeds grotere ‘rampen’ gaat leiden, ‘oplost’.

Uiteindelijk resteert nieuw hoger bewustzijn en dan zijn we als mensheid aangekomen in de volgende fase van haar evolutie.

Is het niet bizar, dat we daar nu deel van uitmaken? Ik wil daar in hoofdstuk 2 van dit boek dieper op ingaan. Dan ga ik op reis buiten mijn hoofd.

Hier op deze plaats in de vertelling, heb ik het alleen over wat er in mijn eigen hoofd gebeurt.

Ik heb het over de ontdekking van wie ik ben en wat ik aan het doen ben. Ik ontdek de gewaarwording en betekenisgeving. Ik ontdek “systeem-1” als het systeem dat me gevangen houdt én een systeem-1 waar ik uit kan stappen, zodat de hogere niveaus van bewustwording beschikbaar komen en ik mijn potentie kan zien.

Een verhaal voor mijn kinderen, misschien, ooit, opdat ze meer gaan begrijpen van hun vader dan ik ooit zelf van mijn eigen vader (en moeder) heb gedaan. Achteraf mis ik dat. Ik mis mijn vader. Hoogleraar, intellectueel, zoeker, altijd werkend en schrijvend. Heeft de man mij ooit zien staan? Heb ik mijn vader zien staan? Hebben we ooit in elkaars gelaat gekeken, begrijpend wat we zagen? Neen, zeg ik nu. Maar ik ben wel zijn zoon en zet zijn werk voort, zoals ik het werk van Franz Brentano uit mijn moeders familie voortzet. Ik houd meer van mijn vader dan ik ooit gedaan heb en misschien leer ik daardoor in het laatste deel van mijn leven de vader te zijn die ik had moeten, kunnen en willen zijn. Misschien zie ik mijn kinderen nu wel staan en voelen zij zich daardoor als gezien.

Nu buig ik diep voor wat ik begrijp van mijn eigen geworstel. Ik buig ook diep voor al die mensen waaruit ik ben voortgekomen. Ik buig diep voor de omstandigheden die er waren en de keuzes die gemaakt zijn. Ik voel tot in mijn botten de pijn en ik weet dat mijn pad en mijn heling pas begonnen is, terwijl die heling er eigenlijk in z’n totaliteit al is. Voor het eerst weet ik een beetje wie ik ben omdat ik mijn ziel en het kind in mij omarmd heb. Dat onverwoestbare kind dat er altijd was. Voor het eerst voel ik me verbonden en leert mijn lichaamsziel ‘mij’ – de contextschepper C – nu hoe mijn ego-ik vanuit liefde kan acteren.

Ik kan voor het eerst mijn innerlijke dialoog vrij voeren. Terwijl ik in die andere wereld – dat wereldtoneel, deze reële ‘mainstream’ van elke dag – mijn materiële manifestatie heb. Terwijl ik in mijn nieuwe integrale wereld tot het besef kom dat ik die manifestatie te kiezen heb. Dat ik verantwoordelijk ben voor die keuze. En dat als ik niet wil eindigen zoals mijn vader, ik mijn groeiende bewustzijn in de realiteit tot uitdrukking moet brengen. Omdat ik geleerd heb en omdat met écht leren verantwoordelijkheid meekomt. Zo ontstaat mijn nieuwe pad en wat dat voor getouwtrek is geweest in die geheimzinnige gewaarwordingsruimte, beschrijf ik hier.

Wat heeft de reis door het hoofd mij opgebracht?

Als ik het in één zin moet zeggen: ik heb mezelf en mijn mogelijkheden ontdekt. De “language of thougt” legt de wereld van de potentie open.

Maar laat me het stap voor stap doen. Ik beschrijf het hier als een meditatieve reis die begint als ik mijn ogen dicht doe en mezelf de tijd geef om twee werelden tegelijk te ervaren: die van mijn lichaam en die van mijn geest. Alles wat lichaam is, leg ik even terzijde. Ik schuif de last van het leven even opzij, zonder dat ik er afstand van neem. Alle verdriet en pijn, alle geluk en blijdschap, alle gevoel en emotie, alles wat is, neem ik voor echt en waar aan. Ik geef dit bonte gezelschap van dingen en niet-dingen liefdevol een plaats en ga aan het werk.

Simpel? Ja en nee. De meditatieve rust van de toestand ‘in gewaarwording’ en de hectiek van de toestand ‘in realiteit’ flipperen heen en weer. Elke dag, elke seconde. Van moment naar moment. Voor mezelf is dat af en toe voelbaar en zichtbaar.

In de kwantumrealiteit echter gaat dat flipperen oneindig snel en veel sneller dan ik ooit voor mogelijk had gehouden: ontelbare miljarden keren per seconde.

Ik weet nu hoe evenwicht ontstaat in dat heen en weergaan tussen gewaarwording en realiteit en ik deel van dat evenwicht kan zijn. Nu begrijp ik waar mijn vragen vandaan kwamen: over waar ik zo boos over ben en zoveel moeite mee heb, over waarom het me niet lukt om de ander te bereiken in mijn zielloze boodschap, over waar ik bang voor ben, over waarom ik zoveel zielspijn heb, pijn die ik tot in mijn botten voel, pijn die me een moe maakt, uitput en de me kans op een burn-out bezorgt. Vragen over waar ik naar verlang en waarom dat zo is.

Ik omarm in mijn meditatie alles wat ik doe en denk. Ik omarm alles wat iedereen doet en denkt. Dan wandel ik rustig – met mijn rugzakje ellende waar ik zo van ben gaan houden weg gestopt achter mijn rug – in die ruimte van het kwantumbewustzijn.

Ik ben de reiziger én verteller nu. Ik zie vanuit mijn helikopter de ik die op z’n pad worstelt.

Dat is het moment dat ik me realiseer dat ik geleerd heb. Ik sta in de stroom, ik ben van de stroom, ik ben de stroom. Elk mens is die stroom, op z’n eigen unieke manier. Samen is het één familie, die stroom.

Het antwoord vind ik indrukwekkend simpel en concreet. Je houdt echter “dat je het pas ziet als je het doorhebt”.

Als je de ruimte van de gewaarwording en dus je eigen geest leert kennen, als je de language of thought leert spreken, word je een beter en een gelukkiger mens. Zo simpel en zo indrukwekkend is het.

Geen recept

Niet als een recept dat je volgt, want de language of thought is geen recept, maar een pad door mogelijkheden. De language of thougt helpt je de wereld van de potentie open te laten gaan. Language of thought is geen antwoord: het is een taal van mogelijkheden die om te zetten is in oneindig veel talige mogelijkheden: beelden, woorden, klanken en hun contexten.

Ik kan niet genoeg herhalen wat hier gebeurt. Wat er gebeurt als je je even ‘omdraait’ en de last van het leven even naast je neerlegt. Om je af te vragen wat je nou eigenlijk aan het doen bent en wie je daarin bent.

Om je af te vragen of je gelukkig bent en hoe geluk er uitziet. Om je te realiseren dát en hóe je ongelukkig bent: dat je ziel niet toekomt aan waar die ziel graag naar op weg zou zijn. Omdat je niet weet wat die ziel is en wat de weg is, omdat je niet weet wat je gelukkig maakt.

Radeloos om je heen kijkend, angstig in je alleen zijn als je om je heen kijkt. Want waar kijkt ‘iedereen’ naar en waar kijk ‘jij’ dan naar? Waarom? Wie is het die kijkt, die vraagt, die gelukkig wil zijn? Wat is waar iedereen naar kijkt of jij naar kijkt?

Ik heb zoveel compassie gekregen met dit gedrag. Wie wil geen antwoorden hebben op dit soort basale vragen? Iedereen toch? Daarom coacht de ene helft van Nederland de andere helft, toch? Daarom zijn er nu geluksfabrieken en duurzame inzetbaarheid cursussen, toch?

Waarom is de euforie als je de ruimte van de gewaarwording ontdekt toch zo snel voorbij, als je gewoon weer een sukkel bent in de realiteit?

Moeten alle mensen om gelukkig te worden de enorme hoeveelheid trainingsarbeid verrichtten die de Yogi-meesters erin stoppen? Moeten we allemaal de hersenen krijgen die deze Yogi-meesters ook hebben? Moeten al die mensen die nu zijn ‘gediagnosticeerd’ met een angststoornis of depressie allemaal eindeloos mediteren?

Waar moeten eenzame mensen over mediteren? Onderzoekers zien een nieuwe en zich grootschalig manifesterende nieuwe ‘ziekte’ ontstaan: de eenzaamheidsstoornis. Ze zien een depressie paradox ontstaan: steeds meer weten we ervan en doen we er ook aan, terwijl het verschijnsel alleen maar groeit.

Beetje bij beetje realiseren we ons dat er iets heel ingewikkelds aan de gang is. We bestrijden symptomen waardoor het verschijnsel van de steeds meer uitgeputte mens juist meer op de voorgrond treedt. Je kunt recepten schrijven wat je wilt, het zal niet helpen. Het helpt alleen de portemonnee van de farmacologische sector die gouden bergen verdient met de ellende van mensen. Dat gedrag juichen we toe in het westen; we zijn toch die kapitalisten die zichzelf zo goed vinden? We zijn toch als Westen het ‘enige juiste’ stelsel van democratische waarden?

Het zal niet lang meer duren, beste ‘Westen’.  Laat me uitleggen waarom.

Cultuur en natuur innig verstrengeld, maar wat ga ‘jij’ ermee doen?

Als uitputting natuur is geworden – daar gaat het nu om – hebben we echt met elkaar andere dingen te doen. Dan zullen we de oplossing in de organisatie van onze samenleving moeten zoeken en niet in medicijnen en receptuur, niet in correcties of interventies, niet in “implementaties”, dat griezelwoord van managers en bestuurders. Alles is een kwestie van execution en implementation. Het is de mantra die alle bestuurs-papagaaien nu zingen. Niemand die het zich afvraagt; is dat zo? Waarom dan?

Wordt het bewijs dat je meer gas moet geven, geleverd door het feit dat je (te) langzaam gaat?

Wat voor ééndimensionaal denken is dat toch? Hoe kan het toch zijn dat we eendimensionale denkers aan het stuur van onze grote organisaties  zetten?

De lineair denkende bestuurder van vandaag kijkt me wezensvreemd aan: daar ben ik toch voor? Om de uitvoering te optimaliseren, opdat het eigen bestaan gegarandeerd blijft?  Om ééndimensionaal te denken, omdat je anders niet en nooit kan plannen. Ik moet toch aankomen? Ik moet toch resultaat boeken? Denk je dat ik tijd heb voor al dat denkwerk: wat een luxe positie hebben dat soort mensen toch. Er zijn elke dag een miljoen oplossingen nodig: besteed daar je tijd aan en loop niet te wauwelen. Ik weet heel goed hoe ik moet sturen, ook als het een tanker is die ik moet besturen, zegt de bestuurder trots. Alles is maakbaar, als je het maar goed organiseert, toch?

Compleet en fundamenteel nieuwe antwoorden op de hier gestelde vragen, zijn er nu. Cultuur en natuur zijn eeuwigdurend en onontwarbaar verbonden. Cultuur en natuur zijn volledig verstrengeld met elkaar. Er is niets lineairs aan deze verbondenheid: alles ontstaat emergent en niets is maakbaar. Ook niet als je het even afschermt en stiekem bouwt, voordat je het in de markt zet.

Dat is niet alleen een boodschap van dit boek. Denk aan hedendaagse schrijvers als Naomi Klein en Kate Rawarth.

Nú is de tijd aangebroken om je af te vragen hoe jij je leven gaat veranderen. Hoe jij uit die tredmolen gaat stappen die ons allemaal nu op het volkomen verkeerde spoor zet.

Wat dit boek toevoegt is het denksysteem en de language of thought die we nodig gaan hebben. Ofwel: nieuw systeemdenken en nieuwe ordeningsprincipes die ons helpen om het leven weer centraal te stellen in plaats van de dingen en hun geldwaarde, in een realiteit die slechts 25% uitmaakt van de giga-wereld die we nu ingaan.

We leren de gewaarwordingsruimte kennen nu en dat gaat ieder mens helpen. Ieder mens gaat die wereld leren kennen en gaat leren zijn pad in die ruimte te definiëren. Deze nieuwe kennis helpt echt.

Het is nieuwe kennis die je helpt aan antwoorden op jouw vragen. Het zullen altijd ‘jouw’ vragen blijven en ‘jouw’ antwoorden zijn. Elke ziel heeft z’n eigen pad door die ruimte.

Het grote verschil met vroeger (en eigenlijk praat ik dan over de periode van vóór 2013 … om een jaartal te benoemen waarin dit nieuwe denken z’n opmars begon): we hebben nieuw denken en we hebben nieuwe ‘tools’. We praten over recente ontwikkelingen, in een eeuwenoude stroom.

Tools om te ontdekken wat jouw potentie is, wat jij aan mogelijkheden hebt om te leren omgaan met de moeilijkheden van dit leven.

Tot nu toe ging je daarvoor naar een coach of nog erger: je komt terecht in het behandelcircuit van ‘psychologen’. Dan ben je dus in de aap gelogeerd. Het doet me pijn om dat hardop te zeggen: ik ben erg kritisch over wat er in de hedendaagse psychologie gebeurt. Niets van het bewustzijnsdenken is daar geland en er blijft gewerkt worden met deterministische aanpakken waarin getrokken wordt op het onbetrouwbaarste instrument daarvoor: ons geheugen. Uiteraard moet je wel geloven dat wat eruit komt waar is. Het is een griezelig onjuiste veronderstelling. Verinnerlijking – intrinsieke verwerking – is onmogelijk (te volgen) als de gevonden betekenis het resultaat is van een extrinsiek construct. Dan moet je geloven hoe ‘dingen’ uit het geheugen zich klonteren tot iets van betekenis in het heden. Je hebt je eigen olifant gecreëerd waar je met niemand over kan praten, want niemand kent jouw olifant. Als ik heel eerlijk ben dan denk ik dat de psychologie (per saldo) meer schade heeft aangericht, dan ze goed werk heeft gedaan.

Stap uit lineair 4D-denken. Dat is de boodschap. Kom je kennis voor dat bewustzijnsdenken en dat 12D-denken halen op dit platform. Leer het kwantum effect kennen: de enorme hefboom die beschikbaar komt door het kwantumbewustzijn om je eigen gedrag te ‘liften’ naar het niveau wat nu rellevant gaat worden. En om ervoor te zorgen dat je in ‘klassiek Nederland’ de argumenten en tools hebt om blinde gebleven bestuurders te woord te staan.

Deel wat je leert. We gaan een geweldig inspirerende tijd in, maar ik vrees ook dat veel mensen en zielen het niet zullen kunnen volgen. We zullen echt heel lief voor elkaar moeten worden.

Op het moment dat je de language of thought stapje voor stapje gaat leren spreken in een onomkeerbaar bewustwordingsproces, wordt jou gang door dit leven eenvoudiger. Je keuzes worden beter. Je oplossingen passen beter en zijn helemaal geen ‘oplossingen’, maar slechts voorbijgaande betekenissen die steeds door nieuwe betekenissen worden opgevolgd. De feitelijke en mentale kosten van wat je doet zijn lager. Je hebt meer plezier. Je ziet het licht. Je ziet je pad. Je ziet wat je te doen hebt.

De concreetheid van dit pad is feitelijk overweldigend terwijl tegelijkertijd dat waar die concrete verbeteringen van het pad dat je beloopt uit voortkomen, het volkomen tegendeel van concreet zijn. Want die andere wereld ‘van de voorbereiding’ is een vóór-conceptuele wereld van alleen maar abstractie.

De opbrengst van het kennis nemen van deze abstracte wereld is dus alleen maar dat je betere keuzes maakt, minder stressvol bent, minder overgevoelig bent en emotioneel stabieler. Je hebt al die emoties en gevoelens niet weggegooid, integendeel, je hebt ze omarmd. Je bent aardig voor jezelf geweest: je hebt compassie met jezelf gekregen, met je eigen onbeholpenheid in jouw reis door die ruimte. Een reis die er is, een reis die je niet kan stoppen. Je kan dit pad van de ziel niet stoppen.

De opbrengst is dat je gaat ontdekken wie je zelf bent, wie die verteller is die op die reis in je hoofd, in de ruimte van de gewaarwording en dus op de reis door het bewustzijn. Je gaat je lichaamsziel ontdekken: misschien wel het mooiste verschijnsel dat je op deze aarde kan ontdekken.

Voor mij is het na een lang weg allemaal heel reëel geworden.

Ik heb ontdekt dat ik – als mijn ziel – in een totaal andere ruimte leef – namelijk de ruimte van de gewaarwording – dan waar “ik” als mijn lichaam leef. Voor het eerst heb ik ontdekt wie er achter mijn gelaat naar buiten zit. Voor het eerst heb ik dat pad van mijn zelf mogen aanschouwen. Voor het eerst realiseer ik me dat de wereld van de gewaarwording een wereld van potentie is, van mogelijkheden om talent in waarde om te zetten.
Ja, ik heb ook mijn eigen zware gang in dit leven mogen aanschouwen. Nee, dát gegeven maakt me niet blij. Blij wordt ik omdat ik voor het eerst naar mezelf kan kijken. Blij wordt ik omdat ik zie wat mogelijk is. Blij wordt ik omdat ik mezelf bevrijd heb. Ik zit niet meer in mijn eigen gecreëerde gevangenis.

Ik ben happy omdat ik het nu begrijp. Het is kennis die ik dankbaar omarmd heb, kennis van de ziel over zichzelf. Happy omdat ik weet wat me ongelukkig en zwaar maakte. Happy omdat ik weet hoe ik die vrije denkruimte kan benutten om het beter te gaan doen en om niet zo te eindigen als mijn vader die zei dat hij het zo verkeerd had gedaan in zijn leven. Wat een onvoorstelbaar droevig einde. Happy omdat ik weet hoe ik verdriet en zwaarte achter me kan laten. Happy omdat ik nu ook weet dat ik mijn vader zou hebben blij gemaakt als hij had gezien – en in die andere wereld ziet hij het nu ook – wat ik gedaan heb met wat ik toch van zijn gelaat heb afgelezen. Hoe hij erin is geslaagd om door te geven wat belangrijk was. Ik dank hem daarvoor in liefde.

In de language of thought wordt het leuk om naar jezelf te kijken: hoe je het doet op die reis door die ruimte, hoe je het doet op jouw pad. Het is leuk voor jezelf om in te zien hoe je de regisseur van je eigen leven kan zijn. Hoe jouw zielkeuzes tot stand komen. Hoe je zelf verantwoordelijk bent voor je geluk. Hoe zich ‘virtueel’ een zielsbeeld ontwikkelt náást de realiteit van ego en lichaam.

Want in die ruimte van de gewaarwording is die virtuele ik, de regisseur van de film, van de reis. En is degene die je bent in de realiteit van het leven, de passagier die als het ware uit die reis door je hoofd stapt, om in het reële leven te gaan staan.

Op die reis is het bijzonder om te ontdekken hoe het lichaam je trouwe metgezel is. Het is bijzonder om te ontdekken dat de reis van de ziel, door die onmetelijke multidimensionele ruimte, het onzichtbare gedeelte is van onze fysieke genetica. Het onzichtbare gedeelte achter de werking van onze lichaamscellen en in het bijzonder de cellen van ons zenuwstelsel: de machinekamer van ons lichaam.

Wat we neuronen, dendrieten en gliacellen zien doen op nanoniveau is de technische infrastructuur die mogelijk maakt dat “ik” ontsta uit die cel dynamiek. Wat we daar op cel niveau zien is “systeem-1” aan het werk. Systeem-1 die bepaalt wat we het lichaam en de natuur zien doen. In dat zien zijn we heftig beperkt. Onze zintuiglijke instrumenten kunnen alleen nauwe bandjes ‘afluisteren’ en nooit het hele spectrum.
We zien de ladingen – de inhouden – niet en nooit die vervoerd worden op deze infrastructuur. We zien niet ontstaan waarom we doen wat we doen. Door alleen te kijken naar deze – overigens onvoorstelbaar mooie en complexe – microkosmos in ons hoofd, gaan we nooit ontdekken waar het de ziel om te doen is.

Op mijn reis door mijn hoofd heb ik ontdekt wat me te doen staat en ben ik blij met de mogelijkheden die ik heb.

Mijn geluksgevoel is blijdschap geworden omdat ik de weg zie naar authenticiteit, wijsheid en verantwoordelijkheid in mijn optreden. Een weg die voert naar liefde, hoe esoterisch en ongemakkelijk dit woord soms ook voelt voor mij. En ik wordt nu geholpen op mijn pad van geluk. Stap voor stap. Want de realiteit is niet anders geworden omdat ik ineens anders ben geworden. Hoe hard het ook gaat nu. Maar altijd kan je begrijpen waarom en de potentie van alles zien.

Geluk

Geluk is dat beeld van jezelf: hoe jij de regisseur bent van de reis van jouw lichaamsziel door die ruimte. Geluk is het gevoel dat je deel bent van de eenheid van krachten die werkzaam zijn op het pad van de betekenisgeving. Geluk is dat gevoel dat je de language of thought gaat begrijpen en je de mogelijkheden ziet voor het realiseren van wat je aan potentie in je hebt om waarde te creëren voor de ander.

Buiging

Geluk is ook de buiging die je maakt naar dat wat ongelukkig maakt. De buiging naar wat je deed in je “rücksichtslose” lineaire gevolg denken waarvan je ‘domweg’ aannam dat dát de wetmatigheid was waaraan je te gehoorzamen had. Want domweg nam je aan dat gevolgen die je niet wilt hebben te voorkomen zijn als je machtiger bent dan de ander, beter bewapend, sneller, slimmer, rijker. De buiging naar een houding dat niemand aan je kan komen als je sterker bent. De buiging voor een pad dat je voerde naar steeds meer absoluutheid en determinisme van de eigen identiteit, dus steeds minder verbinding. Het is een pad van radicalisering dat – als je de ogen opent – nu overal te zien is. Alleen hebben politici, beleidsmakers en onderzoekers de instrumenten nog niet om dat ook te gaan zien. Ik realiseerde me dat deze radicalisering zich ook in mij voltrok: ik werd steeds bozer door wat ik om me heen zag. Terwijl ik natuurlijk eigenlijk alleen zelf steeds ongelukkiger was. Elk radicalisme heeft z’n bron in het eigen geluksgevoel. Voor mij is het als een warm bad dat dit radicalisme, deze boosheid geleidelijk aan oplost in het natuurlijke helingsproces dat nu gaande is. Ik gun dat iedereen.

Ik begrijp nu dat als ik was door blijven gaan op mijn rücksichtslose weg vooruit, ik nooit begrepen zou hebben waarom deze ziel op deze aarde is gekomen.
Alles wat ik hier opschrijf is het resultaat van de reis door mijn hoofd. Mijn resultaat, mijn pad, mijn keuzes.

Mijn eigen language of thought

Het is zoveel gemakkelijker praten over de onderliggende wiskunde of in markttaal te praten over de markttoepassingen met deze language of thouht (ik zal voortaan de afkorting LOT gebruiken), dan praten over wat deze LOT in je eigen hoofd betekent. Dus wat LOT betekent voor de bewustwording zelf. Je eigen en dit geval mijn eigen bewustwording.

Voor mij is en was wat ik hieronder doe, een experiment. Een manier om uit te vinden wat ik in mijn eigen hoofd met LOT en TDCZ-logica doe. Ik maak dit laatste zinnetje bewust wat technisch, want LOT en TDCZ zijn ‘tools’. Moderne tools die op dit ogenblik nog ver afstaan van de tools die in de psychologische en sociale wetenschappen worden gebruikt. Ver af ook nog van het denken dat politiek, bestuur en governance nu kenmerkt. Je kunt rustig stellen: daar is echt nog een wereld te gaan.
Wat we echter gaan zien met elkaar is hoe die weg snel gaat worden afgelegd. Je kunt je dat niet goed voorstellen, maar het bestuurlijke denken van nu is over tien jaar primitief. Van die stelling of dit inzicht gaan bestuurlijke ego’s van nu zich niets aantrekken: het zijn rupsen die steeds harder proberen rups te zijn.

Ik heb hierboven al veel gezegd over de language of thought (LOT) en ik heb er vier hierboven concepten bij gegeven die ik letters gaf: TCDZ.

Hoe leg je de magistrale dynamiek uit waar deze vierlettercode voor staat? Dat gaan we verkennen. En ik blijf in mijn hoofd zitten. Ik laat de buitenwereld voor wat deze is. Ik maak de reis door mijn brein. Ik maak een reis door een onmetelijk grote multidimensionale gedachtewereld, terwijl tegelijk in de realiteit mijn brein in één hand past.

Ik stel me voor dat ik in een theater sta: alleen op het toneel, in het begin. Die onmetelijk grote ruimte waarover ik spreek is om me heen. Dat is dat theater en dat publiek, dat bent u. En met u oneindig veel anderen. Dat theater is volledig gevuld met ‘publiek’: publiek dat ik niet ken. Gevuld met zielen die ik niet ken. Met energietoestanden die ik niet ken. Dat theater is een multidimensionale oneindig grote energetische ruimte, opgebouwd uit energietoestanden. Toestanden die in elkaar en over elkaar en naast elkaar bestaan in oneindige gelaagdheid en toestanden die ‘entangled’ zijn en dat niet zijn. Toestanden in entanglement die niet alleen grondtoestanden kunnen zijn, maar ook toestanden in ‘flow’ of versnelling.

Wie kan het nog volgen?

Dat geeft niet. De beelden komen eraan: dat gaat gebeuren. Nu gaat het om meta-beelden, om inzicht en verlichting.

Ik sta in dat fascinerende theater alleen op het toneel en ik stel me voor aan het publiek. Ik kan alleen nog maar spreken in LOT. En ik begin.

Ik ben Chris Juta, de schrijver van dit boek en ik ga jullie een reisverslag geven van een waanzinnige reis.

Het blijft ijzingwekkend stil in die oneindig grote ruimte met z’n oneindig grote publiek.

Het lijkt, bedenk ik me in de stilte van mijn realiteitsbesef, dat je verantwoording wilt afleggen over waarom je doet wat je doet. Of het lijkt op een vraag om goedkeuring aan de Allerhoogste terwijl je innerlijke weet dat het goed is wat je doet. Dan lijkt het dus alsof ik een perfectionist ben die om goedkeuring van de Allerhoogste vraagt én tegelijk op de stoel van de Allerhoogste wil gaan plaatsnemen.
Ik realiseer me dat ik mijn menselijk ego-gedrag altijd als een spiegelrealiteit bij me draag. Ook als ik hier sta in deze enorme ruimte van de gewaarwording waarin alles ontstaat wat realiteit is. Want ik ben hier niet om verantwoording af te leggen of om op de stoel van de Hoogste te gaan zitten. Ik ben hier alleen om te Zijn. Voor het eerst in mijn leven – ik ben blij dat ik dat hier hardop zeg – weet ik dat ‘ik’ er mag zijn. Voor het eerst weet ‘ík’ wat ik te doen heb in de volgende fase van mijn leven en ik verheug me daar intens op. Voor het eerst ben ik blij en dat is wat ik wil delen. Voor het eerst ben ik dankbaar dat ik leef en dat wil ik delen.

Ik sta hier alleen op dit toneel omdat ik mijn boodschap – dat wat ik ga doen en dat wat ik begrepen heb van wat is – de collectieve ruimte in wil sturen omdat ik weet dat nu de tijd is dat mensen zich samen sterk maken om de koers van de tijd te verleggen. Omdat nu de tijd van verandering is aangebroken. Voor alle mensen op deze aarde. Ook voor mijzelf. Mijn tijd is ook aangebroken: mijn tijd dat ik verantwoordelijkheid neem en uitspreek en ga staan.

De zin van hier staan op dat oneindig grote toneel voor dat oneindig grote publiek, is dat we in de collectiviteit deze bewuste boodschap delen en vermenigvuldigen. De zin van hier staan is dat ik leerling ben én leraar. Ik heb zo allemachtig veel te leren en verheug me erop om dat te gaan leren en vooral om dat samen te doen met anderen. Ik heb zoveel kennis en inzicht in te brengen. Voor het eerst begrijp ik wat verantwoordelijkheid nemen is, wat een mentaal besluit nemen is. Voor het eerst begrijp ik hoe dat wat intrinsiek werkelijk bedoeld wordt en dus ook intrinsiek wordt ‘uitgesproken’, extrinsiek altijd z’n uitwerking krijgt.

Waarom ik hier doe wat ik doe heeft dus als simpel antwoord: de handreiking aan oneindig veel anderen om me te vergezellen op mijn reis. Zoals ik verwacht dat ook die anderen hun stem zullen verheffen en ik graag de ander op zijn reis help met de kennis en de ervaring die ik heb opgedaan.

In de stilte van mijn realiteitsbesef realiseer ik me hoe je voelt hoe jouw afstemming met de collectieve ruimte verloopt. Naarmate je meer in de oude taal praat, naar de mate waarin de ruimte een dode ruimte is, waarin niets gebeurt. Dan is de ruimte theorie, algebra, onbegrijpelijke hiërogliefen en abstractie die niemand raakt. Je voelt wanneer je raakt en het leren daarmee om te gaan is letterlijk als het leren van een kind. Ik heb zo vaak dingen gezegd en geschreven zonder mensen te raken op een goede manier. Raken is dan echt raken: iemand raken zonder afstemming over dat geraakt worden. Ingewikkeld, dat weten we allemaal.

Alles gaat om raken en aanraken. Mijn hoofd – ik zal het mijn zwarte ballon aan een anker noemen, een voor mij vervelend plaatje – produceert mentale taal die het hart niet raakt. Je kan net zo goed softwarecode voorlezen, denk ik wel eens in stilte. Nu weet ik dat er al zoveel mensen zijn die verder zijn dan ik in dat leren. Er zijn ontelbare zielen die al lang veel meer gebruik maken van de energie van het licht en van de energie van de gewaarwordingsruimte, van het ‘bewustzijn an sich’. Toch sta ik hier met trots. Ook al weet ik dat trots een moment is waarop ik de wereld van de realiteit ben ingegaan, dus uit de ruimte van de gewaarwording was. Trots is en was iets van de tijger die elke nieuwe slangenkuil inspringt om er na een gevecht met stralend ego weer uit te komen. Ik speel nu met deze oude realiteit die ik niet meer nodig heb om mezelf gestalte en een gelaat te geven.

De moeilijkste stap was het begrijpen wat dat beeld van die ballon en dat anker betekent.

Ik voel me zo ontzettend naakt als ik daarover vertel, terwijl ik weet dat juist die innerlijke dialoog, juist dat open zijn in de ontdekking van wie je écht bent, je de toegang naar die gewaarwordingsruimte geeft. Wat je mee hebt gemaakt, maakt iedereen immers mee. Ieder op eigen manier en toch hetzelfde.
Alleen door er te gaan staan, daar in die grote ruimte van de gewaarwording en alleen door aan dat publiek voor te stellen wie mijn reisgezelschap was op die confronterende reis door de realiteit, kan ik mijn innerlijke dialoog eerlijk voeren.
Daarover gaat dit laatste stuk: mijn innerlijke dialoog in mijn theater van bewustzijn.

Geen ander verhaal dan ik hierboven al verteld heb. Herhaling eigenlijk en toch ook weer niet. Je verhaal vertelt zich zelf elk moment opnieuw en elke keer weer anders. Ik kom op dit zinnetje in het slot terug.

Je hebt dus dat theater en dat zich constant ontwikkelende eigen verhaal in jouw eigen hoofd. Je voelt die gesprekken, die innerlijke dialoog, constant. Het enige dat ik doe: ik maak een theater van die dialoog. Ik zie mezelf letterlijk als het resultaat van een gesprek in mijn hoofd. Een situatie die zich eenvoudig laat uitbreiden naar een theater. Want die innerlijke dialoog ís een zoektocht door de ruimte, ís een zoektocht in de verbeelding. En theater is de plek van de verbeelding.

Ik ga verder op dat toneel in dat oneindig grote theater. Ik houd een monoloog, maar eigenlijk is het de resultante van een virtuele dialoog. Een constant gesprek in de collectieve ruimte dat we niet kennen. We zien alleen de resultaten daarvan. Vergeef me deze onhandigheid. Het is alsof je aan de vergadering gaat uitleggen wat zojuist moeizaam bereikt is. Ik zie alleen geen andere weg. Ik ben zo dankbaar voor die innerlijke dialoog. Ik ben zo blij met het inzicht dat het zo werkt, dat niet erg is dat je altijd achter loopt met je communicatie.

Mijn theater en de kennismaking met systeem-1

Ik wil jullie voorstellen aan ‘mij’. Liever gezegd: ik deel met jullie mijn voorstelling van wie ik ben. Want ik ben niet alleen in mijzelf.

Altijd in de realiteit van mijn fysieke en werkende bestaan, was die dialoog en dat innerlijke gesprek er ook. Ook al zat ik niet in de gewaarwordingsruimte zoals ik nu geleerd heb om te doen. Ofwel; ook al zat ik alleen maar in mijn hoofd, in die zwarte ballon, ook al was ik alleen maar dat wandelende hoofd, dat ik zo lang was, altijd was er dat gesprek. Ik kon alleen niet duiden met wie ik in gesprek was.

Ik wil u voorstellen aan mijn vier metgezellen met wie ik dat gesprek voerde, terwijl ik jullie het verhaal vertel dat ik die metgezellen zelf ben, zeg ik stralend blij. Ik ben vier concepten van het zijn in een of andere zich altijd ontwikkelende samenstelling.

Tegelijk, presenteer ik me als de verteller en de ik-figuur van dat verhaal.

Ik wijs op de man in de driver seat, de bestuurder, de man die weet hoe er te komen. De man die ik ook de contextschepper noem omdat hij creëert. Het is de man die is bepaald door zijn genetische basiscoderingen. Coderingen die de context scheppen van mijn Dasein, van mijn ‘in de wereld staan’. Dus de genetische (en zoals we zullen zeggen: ook memetische) coderingen die het ‘bestaan’ definiëren. Het is deze man met zijn stamboom die de vertegenwoordiger is van wat harde genetica vermag in de realiteit van het bestaan. Deze man is een genetisch construct, het resultaat van evolutie. Volledig en schitterend in zijn volledigheid.

De man in de driver seat oogt gedisciplineerd en wat vermoeid. Hij is mijn metgezel en ik noem hem C. Hij vertegenwoordigt de inhoudelijkheid van de C-energie. Ik verwijs weer naar de vier letters van de TDCZ logica.

Eigenlijk, zeg ik, tegen metgezel C, bepaalt de bestuurder niet waar de reis naar toegaat, dat is de reiziger die achterin de auto zit.

Mijn metgezel C – de man in de driver seat – glimlacht vol herkenning en kijkt glimlachend naar mijn tweede metgezel, de reiziger achterin de auto, die ik nu voorstel.

Mijn tweede metgezel vertel ik aan mijn publiek, is mijn lichaamsziel. We gebruiken daar in de ontwikkelde language of thougt het symbool Z voor. Dat is en ik kijk glimlachend zijn richting op, de reiziger. Ik kijk mijn metgezel Z lachend aan: reiziger en lichaamsziel samen, zeg ik hartelijk.

De reiziger Z stapt uit en ik zie ‘m nu voor het eerst.

Ik kijk in een lachend en eeuwig jong gelaat. Oud of jong? Niet te zeggen. Vriendelijk staat mijn metgezel Z erbij, bijna lichtgevend vriendelijk. Tegelijk ernstig en compassievol. Eigenlijk alles, maar altijd positief gestemd, altijd verwachtingsvol, altijd wijzend op de glinsteringen die zich voordoen.
Ik vertel aan mijn oneindig grote publiek in dat oneindig grote theater hoe ik door mijn vriend de lichaamsziel – mijn ziel dus en de reiziger in mij – altijd een onverwoestbaar vrolijk en optimistisch kind ben gebleven. Ik wijs op mijn vriend, want een vriend is hij, mijn metgezel Z: stralend zoals hij daar staat. Niets van mijn zware gang door het leven, niets van alle gevechten in dat leven, gevechten waar hij altijd onderdeel van was zonder dat ik dat wist, leek aan hem te kleven. Het gelaat was stralend zich zelf. Hoe boos ik ook was, hoe strijdvaardig en radicaal ook, altijd was er dat blije optimistische kind, ver weggestopt voor de buitenwereld, die natuurlijk geen oogkleppen op heeft. Misbruik maken van kwetsbaarheid is een dierlijk rudimentair overgebleven instinct.

Ik vertel aan het publiek en aan mijn vriend hoe ik door de ontmoeting met mijn lichaamsziel veranderd ben. Dat ik anders in het leven sta nu ik voor het eerst in mijn leven ervaar dat ik in verbinding ben met mijn lichaamsziel. Dat ik niet meer alleen ben.

Het grappige is dat als ik zo vertel de  gezichten in het publiek of landschappen of kleuren vaag te zien zijn in die grote ruimte. In ieder geval ervaar je beweging en complexiteit. Eindeloos veel complexiteit. Maak het niet esoterisch hier, dit is geen zweeftaal. De beelden haal je uit je eigen beeldentrommel, die je geheugen ook is, maar de gevoelde energie is echt.

Ik voel die oneindig grote massale meeluisterende familie van zielen, als een zee van energie in beweging, en ik ga door met mijn verhaal.

Mijn monoloog in die lege en toch zo gevulde ruimte, vol met zielen. Lachend, blij, liefdevol aandachtig.

 

Toen ik voor het allereerst optrad, zei ik, …….

met mezelf in de hand, hier staande, op dit enorme toneel, voor dat enorme onzichtbaar grote publiek dat massaal aanwezig is: geen stoel is onbezet want lege plekken bestaan niet in die ruimte,

wist ik niet wie ik was.

Ja, ik ‘wist’ ontzettend veel. Jeetje wat was kennis (ik gebruik daarvoor het symbool T, omdat het om kennis van Tijd gaat) toch belangrijk voor mij. Ook met een opbrengst, zeg ik grijnzend, met alle ongemakken van de afgelegde weg in mijn rugzakje achter mijn rug.

Ik kon naar mezelf kijken met een volledigheid aan kennis en detail die onbeschrijflijk waren. Ik was en ben een mega ingewikkelde biofysische moleculaire bouwdoos van natuurlijke bouwstenen. Met een ordening die een kosmos in zich zelf is. Dus dat ben ik: een super ingewikkelde bouwdoos van cellen, moleculen, kleinste deeltjes. In die toestand van kennis kon ik mezelf zien als een soort levende machine. Een soort levende superrobot. En ik zie alles, hoe die nano robot beweegt en tot z’n bewegingen komt. Ik zie een onvoorstelbaar mooie complexiteit waar je in de verkeerde gedachten bang van kan zijn.
Ik wist als die levende complexe machinerie wat ziekte en dood was. Eigenlijk wist ik alles van mezelf en de natuurlijkheid der dingen. Ik zag en zie in die multidimensionele ruimte van de gewaarwording mijn totaliteit, mijn totale manifestatie, als voortgebracht door een construct, of een concept van een construct.

Terwijl in de realiteit van alledag – als ik weer weggeglipt ben vanuit de gewaarwordingsruimte in de reële ruimte – mijn inzicht in wie dat lichaam is – ophoudt bij de momenten dat je op de weegschaal staat, of in de spiegel kijkt, of ziek bent of fysiek iets bijzonders presteert.

Voor mij gold dat allemaal niet zo, denkt de Oblomov in mij, dus eigenlijk was ik nauwelijks met dat lichaam en zijn lichamelijkheid bezig. Dat ik en dat elk mens in die grote ruimte een kosmische wonderdoos is, hield voor mij in de praktijk echts niets in. Het zijn sf-verhalen en vroeger liet ik het daar graag bij.

Vóór dat ik kennis kreeg van de ruimte van de gewaarwording, kon ik alleen naar mezelf kijken als iemand die wel of niet, meer of minder, ‘functioneerde’. Dat wil zeggen dat ik eigenlijk alleen naar het lichaam keek als iets dat functioneerde ten behoeve van mij, degene in de driver seat.

Deze ik, deze ego zoals ik hem noem, kon en wilde niet anders dan dat dit lichaam zou overleven, zodat ‘hij’ kon overleven. Hoe kon deze ego zo blind zijn dat hij niet zag wat een magistraal levend organisme dat lichaam was, een mechanisme dat ‘hem’ voortbracht? Een lichaam met een ziel die ‘hem’ voortbracht. Hoe kon deze ego niet zien dat hij het product is van lichaam en ziel. Hoe kan je de wereld zo omdraaien dat je denkt dat je ego aan het stuur zit?

 

Het is een moment van stilte en ik kijk mijn vriend aan, metgezel nr 2.

Stralend stapt mijn vriend op mij toe en we omarmen elkaar.

Ik kijk het publiek weer aan en ga verder met mijn monoloog.

Het is de kolossale ontdekking van systeem-1 die hier de show steelt. Ik ben daar zo van onder de indruk: die barrier of wisdom. Ik gebruik ook andere beelden voor wat daar gebeurt, in dat systeem-1: omgekeerde horizon,  collaps, betekenisgeving.

Ik heb geleerd, zeg ik, dat je bij zoiets ingewikkeld als systeem-1 wat concreter moet worden in je taal. Ik grijs en zet een gezicht op alsof ik m’n best ga doen voor iets. Hier spreekt overduidelijk de man van de realiteit, de man in de driver seat.

Ik loop dan ook op mijn metgezel nr 1 toe, grinnikend, een en al herkenning en vriendschap. Die twee kennen elkaar goed, dat is duidelijk.

Metgezel-2  – dat ben ik nu dus, zeg ik grijnzend  – vertelt:

Systeem-1 regelt het allemaal: dat we in onze realiteit elk moment handelingen verrichten, beslissingen nemen, in reactie op wat zich voordoet als realiteit. In systeem-1 worden alle voorbereidingen voor al die beslissingen volmaakt klaargelegd en uitgevoerd. Alles wat we reëel doen als mensen is een ‘uitdruppeling’, een ‘collaps’ vanuit de ruimte van de gewaarwording in onze realiteit, doordat we waarnemen wat is voorbereid om waargenomen te kunnen worden. Alles voltrekt zich in één logische informatieruimte. Wat wij mensen waarnemen, leidt tot gewaarwording – dus deelname in de processen in de ruimte van de gewaarwording – en vervolgens betekenisgeving: de collaps naar de realiteit van de waarneming.

Zo, dat is nogal niet even een bergje informatie uitgepoept. Mijn vriend, metgezel nr 1, is zichtbaar trots, maar toch ook wel erg onzeker. Het leek alsof hij zich afvroeg of hj genoeg z’n best had gedaan, maar misschien vergis ik me.

Ik wordt weer ernstig. Ik kijk mijn vriend metgezel nr-1 aan en spoor hem aan. Vertel het nou, man. Mooi verhaal toch? Ik kijk het publiek aan. Volgens mij vindt het publiek dat ook.

Mijn vriend, metgezel nr 1, neemt het woord.

Als je stil staat bij wat hier aan de hand is, met dat systeem-1 bedoel ik, ga je zien dat het een grote stap is in de ontwikkeling van het menselijke denken. Die stap is zo groot, zo onbegrijpelijk en zo anders aan dat we nu gewend zijn, dat je ervan terug schrikt.

Je schrikt terug zeg ik, als mens daar in de realiteit van de dag en het overleven, omdat je denkt: dat kan niet, dat is ongeloofwaardig en in ieder geval is het onbruikbaar of niet-exploiteerbaar.

Ha, vertel ik het grote publiek:

De machtige realiteit daar op aarde laat zich niet zomaar wegdrukken door een of ander kosmisch en/of esoterisch verschijnsel. Denken ze.
Het krankzinnige is: het omgedraaide is waar. De realiteit en exploitatiemogelijkheden van deze nieuwe wereld gaan onze fantasie te boven en zijn en worden volkomen reëel deze eeuw.

Wat zullen de wetenschappers nog op hun neus kijken.

Systeem-1 is onderdeel van een grote systematiek, een ordeningslogica, die we TDCZ-logica noemen. De wiskunde laat zien hoe fraai de ruimte van de gewaarwording in een schitterende dynamiek, drie systemen vormt: grondtoestand (systeem-1), flow-toestand (systeem-2) en toestand van versnelling (systeem-3).

Met de keuzes die ik als mens maak in systeem-1 zijn dus hogere bewustzijnsniveaus betrokken: systeem 2 en systeem-3.
Het gaat allemaal in eerste instantie om dat systeem-1: hoe je gedrag en denken van moment naar moment tot stand komt. Hoe je met gedrag en denken van moment naar moment vorm geeft aan inhoud, dus aan jouw houding. Hoe diep ingesleten patronen de uitkomsten van systeem-1 bepalen.

Ik neem het nu toch even over van de man in de driver seat en zeg:

Pas toen ik begreep dat de lichaam-geest koppeling in mij de uitkomst bepaalde van systeem-1 begon ik het spel door te krijgen. Maar daarvoor moest ik terug in mijzelf. Ik moest het kind in mij ontdekken dat eeuwigdurend optimistisch en vrolijk was, nooit aangedaan door het wat onstuimige rijgedrag van de man in de driver seat. Ik moest dat kind een hand geven om te ontdekken waar de Ziel over ging: de hoek rechtsonder in de figuur helemaal bovenin. Ik moest ontdekken wie het Zelf was in mij, wie mijn ziel was, wat mij authenticiteit gaf.

En het gaat verder, vertel ik aan mijn publiek,

Want ik heb ontdekt wat de betekenis is van kennis. Ik gebruik hiervoor het symbool T.

Hoe kom ik tot het inzicht in hoe de Nanowereld van moeder natuur werkt? Dat staat in geen biologie of natuurkunde boekje.
Alleen door de ontdekking dat alle kennis er al is. In het begin is kennis mentaal voedsel. Dan staat kennis volledig ten dienste van systeem-1: hoe ik ‘functioneer’ als lichaam. Het is een ontdekking als je gaat begrijpen dat kennis ten dienste staat aan alle gewaarwording. Dus ook aan de gewaarwording van de lichaamsziel en het zelf.

En ik wijs op mijn vriend metgezel nr 2, de reiziger die mijn lichaamsziel is. De lichaamsziel waarvoor ik het symbool Z gebruik.

Ook aan de gewaarwording van de die meneer met die pet op die in de driver seat, zeg ik vrolijk en ik wijs op metgezel nr 1,  zit van het functionele vehikel dat zijn lichaam is. Hij is die fenomenale biologische, moleculaire machine. Die coherente en constsent opererende bundel van energie.

Ik pauzeer nu even.

 

En ik word weer ernstig. Ik wijs op metgezel nr 3. Een vrouw. Ik kijk haar liefde vol aan. Ik vertel het publiek:

Het heeft zo lang geduurd voordat ik haar zag, terwijl ze al zo lang eigenlijk mijn metgezel was. En tegelijk ook niet, want ze leefde ook in hele andere werelden. Ik zag haar eigenlijk maar zelden, al sprak ik haar wel vaker.

Zij, vertel ik mijn publiek, vertegenwoordigt mijn zoektocht. Mijn zoektocht naar helderheid, betekenis, verbinding en liefde. Zij vertegenwoordigt de aanraking en het niet aanraken. Zij vertegenwoordigt vor mij de Ander.

De ontdekking van de Ander is fundamenteel mijn grootste ontdekking geweest. Ik gebruik daarvoor het symbool D (voor dialoog). Dus de ontdekking van het begrip van de ander en het gelaat van de ander. De geniale ontdekking van Levinas was het ook.

Het was natuurlijk mijn lichaamsziel – ik wijs op mijn vriend metgezel nr 2 – die me op het spoor zette, al begreep ik dat eerst niet. Het was pas doordat ik door mijn eigen pijn heen kon gaan, dat ik mijn ziel de hand kon geven en nu het gevoel heb dat we samen zijn. Nog wat onwennig en wiebelig, maar samen en glimlachend. Eerlijk. Begripvol.

De D ( de ander, de oneindigheid, de liefde) en de T (de kennis van tijd) zijn voor ons mensen van nu bijzondere dingen. Abstracties die ons niets zeggen. Dat ik nu over D en T kan praten is ontstaan inzicht. TDCZ-logica begint met T: de kennis van tijd. Heel ingewikkeld maar als je een begin van beweging wilt definiëren moet je daar zijn. Om beweging gaat immers alles. Alle paden zijn paden van beweging in een ruimte die beweging inhoudt.

Doordat kennis T indaalt in het begrip van de ander D kan ik nu ervaren dat er een Ander en dat er Liefde is. Bizar dat ik daar Kennis voor nodig had. De ziel lacht daar natuurlijk om, omdat in die ziel de kennis al was geïncorporeerd.

Ik kijk mijn metgezel nr3 (de D) liefdevol aan: ja, dat riep je al heel lang, maar ik hoorde het echt niet, zei ik tegen haar.

Ze glimlachte vrolijk. Oh, was dat zo?

Ik ga verder en het lijkt bijna alof ik boos kijk naar metgezel nr 1, de man in de driver seat, de man van C.

Net zoals het diezelfde kennis T was die mij het inzicht gaf dat ik mezelf gevangen hield in mijn eigen context en het diezelfde kennis T is die mij vertelt hoe primitief en instinctief ik mij heb proberen te ontworstelen aan die gevangenis en daarmee aan mijn eigen context. Altijd op zoek naar onbekende zelfrealisatie en altijd verbonden met onbekend drukkend historisch en genetisch overgedragen verleden. Je voelt als het ware de lading en de inhoud van al die eerdere opgedane ervaringen in vele eerdere generaties door je aderen stromen. Je denkt dat er familieleden over je schouder meekijken. Je weet dat daar je kern zit en ‘weet’ is precies de goede uitdrukking: het is kennis T die indaalt in je contextbewustzijn C. Het is bewustzijn van je materiële, contextuele eigenheid en het is niet voor niets dat je vanuit C op weg naar steeds meer kennis T die je exploitabel weet te maken, je eigenwaarden ontwikkelt. Dan hebben we het over de eigenwaarde-as. Mijn hemel, wat ken ik díe weg toch goed.

Ik zucht en ga verder:

Het is de kennis T die indaalt in mijn zelfbewustzijn als levende ziel.

Het is alsof ik de grootste horde nu genomen heb. Ik word rustiger en kijk mijn vriend metgezel nr 2 liefdevol aan, mijn vriend de reiziger, mijn lichaamsziel.

En ik vertel mijn publiek:

Dan ontstaat de lichaamsziel. Dan heb ik het niet meer over contextbewustzijn C, dan heb ik het over zelfbewustzijn Z: dat wat mij authentiek tot mij maakt. ‘Ik’ wordt immers niet alleen bepaald ben door mijn genetische historie en door een fantastisch werkende genetische-moleculaire biofysische machinerie. Ik heb mijn eigen lichaamsziel ook nog: iets in mij dat verlangt om gezien te worden. Het is geen wie, het is de liefde die in je brandt. Net zoals het ’t gemis aan liefde is dat zich in die lichaamsziel manifesteert. Net zoals het de verwarring kan zijn over de plek van deze ziel in de systemische ordening die alle ‘dingen’ hebben. Dan zijn we bij de gedachten die onder familieopstellingen liggen. Dan ben ik op het punt aangekomen dat me diep beroert: de opengevallen plaats van oudste broer die ik nooit gekend heb en die geslachtofferd werd door het krankzinnige systeem-1 dat mijn moeder als levenslijn krampachtig vasthield. Wat zou ik graag helpen nu. Maar ik weet nu dat het goed is.

Ik bedekte met deze familietrauma’s  het kind en de natuurlijke vader in mij, en dus mijn eigen lichaamsziel. Ik bracht daarmee verwarring bij mijn oudste kind in de eerste plaats, maar natuurlijk bij al mijn drie kinderen. Het is de eerstgeborene waar deze expressie op het gelaat van de vader het eerste wordt waargenomen. Wat zou er toch op mijn gelaat te zien zijn geweest, vraag ik me benauwd af. Ik was als mens die nu ook ineens vader was, op zoek was naar mijn eigen vader. Dat zal af te lezen zijn geweest op mijn gelaat. En misschien was op dat gelaat ook wel af te lezen dat ik op zoek was naar mijn oudste broer. Dat er een natuurlijke plaats open was gevallen die niet werd ingevuld. Stel dat de natuurlijke reactie van de oudste en eerstgeborene is dát die lege plaats in de systemische ruimte wordt ingevuld, met een eigen voorstelling daarvan. Dan gaan er vele dingen ‘fout’ waar ook mijn oudste zoon weer een leven lang tegen moet vechten, zonder zijn echte vader gekend te hebben.

Nu pas heb ik mijn lichaamsziel de hand kunnen geven, terwijl we bijna vreemden voor elkaar zijn. Op de een of andere manier geeft dat niet meer. Van oneindig meer belang is dat ik de vader in mij – de vader die ik had moeten en willen zijn – een hand kunnen geven en daarmee voor het eerst ook een hand aan mijn eigen vader. Ik ben misschien wel voor het eerst echt vader en ga ontdekken wat dat betekent. Alleen maar door te doen wat ik nu weet.

Wat is nu mijn authentieke zelf?

Ik stel de vraag. En vervolg:

Wie kijkt me dadelijk aan als ik in de spiegel kijk als ik weer in de realiteit ben? Kán je wel en bén je wel ooit in staat om in de spiegel te zien wie je bent?

In de multidimensionale mentale machinerie die de gewaarwordingsruimte is, zijn alle mogelijkheden beschikbaar en op het moment dat ik me in die gewaarwordingsruimte bevindt, bén ik alle mogelijkheden tegelijkertijd. Het is potentiële energie waarover ik kan beschikken, een energievorm waarvan we de logica en de werking nu pas gaan begrijpen.

Wat mij tot mens in de leefwereld en dus ook tot mens in de wereld van de ziel maakt, is de mens die zich ontwikkelt met dat soort nieuwe kennis.

We gaan dus mensen krijgen die deze potentiële energie veel en veel beter gaan benutten dan nu. Mensen die vanuit het belang van de leefwereld de systemen ordenen die mogelijk maken te groeien in welzijn en welvaart voor allen. Dat is volop aan de gang.

Voor mijzelf is het niet meer dan logisch dat mijn authentieke identiteit ligt in ‘het werk’ ten behoeve van de leefwereld en het welzijn van mensen.

Ja, mijn authentieke zelf ligt in de rol die nu te vervullen heb.

Het is een fundamentele stap in mezelf geweest.

En ik grijns: de oude ziel, de oude opa, staat op. Ik bulder van het lachen.

Mijn rol die ik te vervullen heb ten behoeve van de nieuwe leefwereld die aan het ontstaan is.

Want , leg ik mijn publiek uit,

Op de een of andere manier heb ik er geen last van dat ze alles al weten en alles hebben voorbereid. Ze genieten met volle teugen van wat er gebeurt.

En dan dat besef: dat mijn monoloog een eerbetoon aan hen is. Moeilijk voor een mens die nooit nederig wilde en kon zijn.

Wat we zien nu is dat onze natuurlijkheid grote sprongen gaat maken. De gemedialiseerde en dadelijk gevirtualiseerde internetwereld zijn natuur geworden en zijn allang niet meer alleen ‘technologie’. We hebben alleen niet door hoe die natuur zich nu aanpast, en hoe de evolutie en de genetica echt werkt. Daarvoor moet je namelijk in de gewaarwordingsruimte zijn.

Dan ga je zien dat de lichaamsziel de motor is van de ontwikkeling van onze natuur en dat de nieuwe natuurmens aan het opstaan is, we hoeven ons er alleen nog maar bewust van te worden.

Ik kom weer terug op de hoofdlijn van mijn verhaal. Mijn verhaal hier.

Voor mij zelf betekent het dat ik niet meer praat over het eeuwigdurende kind met z’n vrijbrief om de rebel en de drama queen uit te hangen. Tegelijk omarm ik de blijdschap van het pad dat zich ontvouwt. Het is leuk om te doen, het is creërend en inspirerend om het samen te doen.

Ik rond mijn persoonlijk reisverslag hier af.

Ik begon met de vraag wie de verteller is van dit verhaal. Wie de man alleen op dat lege toneel is. Ik vertelde hoe ik een construct ben van vier concepten van zijn. En wat ik probeerde te laten zien is dat ‘ik’ voortdurend ontsta in dit construct. Als ik mijn identiteit probeer te pakken, ben ik al niet meer. Want ik ben altijd op reis.

Toch kan ik met ontzettend veel plezier praten over het construct “ik” dat hier op papier ontstaan is. Wat ik hier schrijf ben ik echt, ook al zit ik al misschien elders.

Als ik niet had geweten wat ik nu weet – dat is dat indalen van kennis – had ik nu niet kunnen zijn wie ik ben.

Nu ik weet hoe ik voortdurend ‘ontsta’ gaan spetterende wegen open.

Als we het samen ontdekken, gaan we een toekomst creëren die past bij de nieuwe mens die gaat opstaan nu.

Alles wat ik opschrijf hier, ontstond uit TDCZ logica. Alles ontstaat uit de language of thought.

Een logica die werldwijd zal worden gevolgd. Omdat het om universele logica gaat. Logica van het kwantumbewustzijn.

De reiziger en verteller en ik die het ben

Hoe verder? Waar begin ik? Waar sta ik in die ruimte als verteller en reiziger?

Ik grabbel wat in mijn rugzakje met verleden tijd, alsof daar de herkenning vandaan moet komen voor wat ik ga vinden in de ruimte van de potentie, in de ruimte van de gewaarwording.

De beelden van Chris op zijn pad, zijn filmische beelden van een kruistocht die elk mens meemaakt. Elk mens heeft z’n eigen film en z’n eigen unieke pad.

Ik kijk naar mezelf als een mens die altijd hard werkt, elke dag weer de steen naar boven rollende.

Ik weet dat ik altijd mijn stinkende best heb gedaan doe om te leveren wat ik mijzelf heb opgedragen. Om te leveren, in de nooit echt innerlijk ervaren verwachting, dat een samenleving of anderen vroegen en vragen om die levering.

Had ik of was er een markt?? Neen. Ik gedachten zie ik ondernemende types spottend lachen: hou dan maar op, dan word je nooit succesvol. Hoe kan je zeggen dat je werkt aan iets waar geen vraag naar is? Hoe kan je in vredesnaam rijk (en gelukkig) worden daarvan?

Mijn ‘opdracht’, mijn ‘purpose’, gaat voorbij aan de samenleving nu, weet ik nu. Nu weet ik waar dat gevoel van weerstand vandaan komt, dat je alsmaar de steen naar boven aan het rollen bent. Nu weet ik hoe het werkt. Diep in mij was mijn ziel aan het werk.

Ik had geen gemakkelijker of moeilijker route kunnen kiezen. Het pad is het pad. De kosmische planning van de groep zielen die aan het werk was, heeft nooit één moment gehaperd. Ik ben deel van dat plan. Zoals elk mens deel is van dat plan, altijd, overal, bij elke geboorte ontstaan en meegekregen.

Ik was het zelf die gedisciplineerd de steen naar boven bleef rollen, elke keer weer opnieuw. Nooit was ik verslagen. Altijd vond ik de weg omhoog weer. Ik was zo verschrikkelijk bezig de weg omhoog te vinden, dat het me niet uitmaakte hoe zwaar of groot de steen was die naar boven rolde. Waar kwam die energie toch vandaan?

Die energie was en is er omdat het kosmische energie is. Energie die ook in mijn lichaam is gaan zitten. Energie die ‘mij’ maakt tot wie ik ben.

Nu begrijp ik waarom: om te doen wat ik vanaf nu ga doen op dit platform. Om met de opgedane kennis mensen te helpen die nu allemaal aan het opstaan zijn. Wereldwijd.

Om leraar te kunnen zijn en een prachtig gedachtengoed achter me te laten als ik definitief terug ga naar mijn familie, want ik denk dat ik niet meer terug kom op aarde.

Nu begrijp ik dat ik een ‘oude ziel’ ben en een leraar in een tijd die leraren nodig heeft en geen trainers.

In de helikopter

Het mooie van reizen in je hoofd is dat je geen enkele beperking hebt. Dat niet iets dat zomaar gelukkig maakt. Nog altijd worden de meeste mensen ongelukkig als een verhaal geen kop en staart heeft, geen ‘plot’.

Wat is de plot van dit verhaal? Die is er niet. De plot ís het verhaal en omgedraaid.

Laat me wat jumpen naar grote aanpalende gebieden. Ik maak dat soort sprongen elke dag, elke minuut. Ik volg alles. Weliswaar niet op social media zoals Facebook en LinkedIn met zich zelf bedruipende groepjes, maar via grote nieuwszenders zoals CNN, Al Jazeera, BBC. En via gespecialiseerde platforms: wat een macht aan informatie wordt daar gedeeld door toptalent in alle disciplines. Er is geen betere universiteit denkbaar, dan wat dit soort platforms te bieden hebben.

Wat mij vooral bezig hield was de grotere samenhang tussen alle grote dingen die geburen op aarde. Of het nou rampen, oorlogen of ontdekkingen zijn. Ik wilde per se breed blijven kijken.. Ik wilde niet in een zijtak van de grote rivier des levens – de Phi (Φ) stroom – terecht komen.

In de stilte van de meditatie zit ik dan als het ware ineens in een helikopter die me het overzicht geeft. Ik maak dan reizen per helikopter in die grote ruimte van de gewaarwording.

Het moeilijkste én gemakkelijkste daarbij is taal. Ik gebruik taal en beelden uit de 4D-realiteit, terwijl ik in een ruimte zit die 12D is géén woorden of beelden kent.

Het enige dat ik in die helikopter kan doen is als het ware heen en weer blijven flipperen: van de realiteit naar de gewaarwording en terug.

Ik weet inmiddels een beetje hoe dat gaat en ik ben zelf steeds meer master over mijn eigen flipperkast. Het heen en weer gaan is onderdeel van het proces. Dat heen en weer gaan is er altijd. Dat is de stroom waarin je zit. Als je minder gaat vechten in die stroom, leer je beter begrijpen waar die stroom over gaat.

Als ik praat over mijn overleden familie in die ruimte van de gewaarwording – de mensen die over mijn schouders meekijken – dan is dat geen familie met gezichten en stemmen. Ik heb het niet zo op die spook en geest verhalen. En ja, ik heb echt geglimlacht, gebulderd van het lachen en eindeloos conversaties gevoerd, met die ‘energie’. Ik ben ook – eerlijk – best serieus op zoek geweest: zouden spoken kunnen bestaan. Neen, het is echt onzin. Het enige dat gebeurt: je geheugentrommel produceert de ‘best fit’ bij de intentionele energie. Waar het om gaat is dat je het proces leert kennen hoe dat in z’n werk gaat. Dan kun je dat natuurlijke proces voor jezelf beginnen in te zetten. Dáár wordt je een gelukkiger en beter mens van.

Laat me, voordat het te laat is, hier wat scherp in worden.

Wat ons brein aan beelden produceert komt uit ons geheugen. Ons brein heeft alleen maar dat geheugen om uit te putten. Voortdurend en altijd zal de voorbereiding gebruik maken van beelden en woorden die er al zijn om te collapsen. Om tot betekenissen te kunnen komen, móet dat.

Als de intentionele wereld ‘praat’ met de reële wereld, dan kan dat alleen maar in taal en beelden die we kennen. Terwijl de zielen in die intentionele wereld gelaatloos, beeldloos, woordloos, verhaalloos zijn. Die zielen zijn alleen maar energie.

Nog steeds heb ik met mijn dochter de afspraak dat ik – voordat ik dood ga – een herkenningsteken achter laat: dat echt alleen zij kent. Op een goed moment, en dan ben ik al lang weg, zal ik haar dan tegenkomen. Dan zal ze weten dat ik er altijd ben voor haar en dat ik haar nooit zal verlaten. Nooit komen die twee werelden samen. Maar ze zal begrijpen dat ik er ben voor haar en haar altijd zal beschermen.

Kortom: weg met spookverhalen en in ere herstellen waar het om gaat: geestelijke energie of zielsenergie die echt bestaat. Energie die alles aanraakt zonder dat we dat weten.

Ik weet soms, als ik schrijf, dat ik zelf helemaal niet zelf schrijf. Ik weet nooit waarvandaan komt wat ik opschrijf. Maar ik vind het heerlijk als ik mij mag bewegen in die energie.

Vluchtelingenstromen

Ik kijk met zoveel compassie naar de vluchtelingenstromen op weg naar Europa: op zoek naar het recht om te bestaan en op weg naar de confrontatie met populisten en dandy’s die weliswaar ook maar gewoon medemensen zijn, maar tevens de bizarre clowns van vandaag die aan andere medemensen dat recht op een bestaan willen ontzeggen. Omdat ze de macht hebben van de locatie, van de gemedialiseerde en manipuleerbare aandacht, denken ze. Alsof de grenzen van die lokaliteit door de lokaliteit zelf en door macht bepaald worden. Alsof je muren kan bouwen en grenzen kan dicht timmeren. Alsof alleen de fysieke realiteit bestaat die maar 25% beslaat van de ruimte van de gewaarwording, als je er op het TDCZ-vlak naar kijkt. Wat een armoede, denk ik in stilte en ik voel de boosheid opkomen. Om die boosheid vervolgens met aandacht zijn plaats te geven. Ik weet inmiddels een beetje hoe dat werkt.

Boosheid is iets van de realiteit waarin ik mijn gedrag en denken ontwikkel. De realiteit die een 4-D-wereld is van ruimte en tijd. Als ik in de realiteit zit, ben ik uit de multidimensionale wereld van de gewaarwording. Het zijn de hele tijd die twee beelden en twee werelden die ik dicht bij elkaar houdt. De hele tijd switch ik vanuit deze 25% realiteit naar de 100% van mijn gedachtewereld, mijn multidimensionale wereld van de gewaarwording. En weer terug.

Het is een spel dat ik steeds beter leer spelen. De onevenwichtigheden gaan eruit. De flipperkast wordt minder.

Slot

Heb ik mezelf gevonden? Weet ik wie ik ben?

Voor mij is duidelijk geworden dat mijn tijd om te gaan staan is aangebroken, mij voegend bij velen met dezelfde intentie. Er is een golf van bewustwording gaande en die is wereldwijd. Er worden al lang mensen geboren met genetisch bewustzijn dat ook de bewustzijnscomponent omvat. Ik kan dat aan mijn eigen kinderen zien. Ik word nederig bij de gedachte dat mijn kinderen met het bewustzijn zijn geboren waar ik mijn leven lang voor heb moeten strijden.

Met een rede, realiseer ik me nu.

De lange weg, het harde werken, de berg kennis die is doorploegd, heeft een kwantum mechanische theorie opgeleverd en een laanguage of thought. Met daaronder een prachtig denken.

Dat denken is het echte ‘sleuteltje’, de echte Da Vincy Code. Het sleuteltje naar de schatkamer die de TDCZ-logica is. Dat bedoel ik letterlijk, dus ook business wise. Ga ermee kennis maken en je gaat het zien.

Ik heb de afspraak met “TDCZ-grid” – dat klinkt zo raar, maar wat ik doe is zo logisch en je gaat het pas zien als je het doorhebt – dat mijn opgebouwde kennis zich nu als leraarschap mag en moet en kan manifesteren.

Dat is de ik die uit dit verhaal tevoorschijn is gekomen. Ik begrijp nu hoe geboorte, bestaan en transitie onverbrekelijk samenhangen.

Ik begrijp dat het mijn pad is geweest om TDCZ-logica – te ontwikkelen en nu uit te dragen. Ik begrijp dat ik aan het allergrootste heb mogen weken dat beschikbaar is voor ons mensen: de Noösfeer of die beroemde andere naam: Gaia.

Wikipedia: De Gaia-hypothese is een wetenschappelijke hypothese die stelt dat de biosfeer op de niet-levende omgeving inwerkt op een zodanige manier dat er een zelfregulerend complex systeem ontstaat zodat er gunstige omstandigheden blijven bestaan voor het leven op Aarde. De hypothese werd door de wetenschapper James Lovelock geformuleerd in 1969. Hij beschreef alle levende materie op aarde als één organisme en noemde dit naar de Griekse godin van de aarde, Gaea. De Amerikaanse microbioloog Lynn Margulis was de mede-ontwikkelaar van de hypothese.

De TDCZ-logica die ontdekt is, is de ontdekking van de Gaia-grid. Ik durf het nog nauwelijks hardop te zeggen.

Daarom ben ik dit platform gestart en is elke dag een nieuwe dag en een nieuwe stap in de ontwikkeling van dat platform. Zoals de dingen die ik nu opschrijf.

Ik beschouw het als mijn opdracht om mijn kennis nu zo snel mogelijk te laten indalen in alle relevante zuilen en disciplines. En vooral millennials de tools, maar óók dat denken te geven dat ze zo hard nodig gaan hebben. Het zullen de oude zielen, zoals ik, moeten zijn, die nu, in dat leraarschap, gaan ‘staan’.

Ik verlang ernaar om in dat leraarschap mijn kinderen liefdevol in de ogen te mogen kijken.

Ik voel me een oude ziel met een nieuw leven voor me. Hoe oud zouden de zielen van mijn kinderen zijn vraag ik me af. Verschillend.