Quantumspin veroorzaakt onze emoties – de Copernicaanse omwenteling

Ons brein is een ongelooflijk mooie kwantumcomputer. De grote ontdekking is hoe dat brein kwantumbewustzijn produceert en hoe de kwantum spin verantwoordelijk is voor al onze emoties. “Spins” in de theoretische menskunde zijn het mechanisme waardoor het mogelijk is dat mensen elkaar ‘vinden’ in betekenisgeving. Terwijl spins in de theoretische natuurkunde de collaps mogelijk maken van voorbereide toestand in meetresultaat.

Het klinkt misschien wat bijzonder, maar we beginnen de beschrijving van dat geheimzinnige spin-mechanisme dat verantwoordelijk is voor onze emoties met de beschrijving van een spiegel.

 

Wat zien we als we in de spiegel kijken? Waarom zien we wat we zien? Is niet alles wat we zien een spiegelbeeld?

Robert Dijkgraaf vertelde in zijn college hoe het onmogelijk is om in de realiteit te kruipen van dat spiegelbeeld van jezelf. Je ziet namelijk een hele andere werkelijkheid dan de werkelijkheid waar je zelf in staat. Je kan nooit in die andere werkelijkheid kruipen. De gespiegelde werkelijkheid is een “linksom draaiende” werkelijkheid terwijl wij mensen zelf – onze realiteit hier op aarde – een “rechtsom” draaiende werkelijkheid is.

Ziedaar het mechanisme van de spins. In z’n populaire verbeelding is het iets dat draait, zoals een tollende magneet. Hoe belangrijk magneten zijn weten we allemaal: magnetisme is een fundamentele eigenschap van ons bestaan.

Ik ga over die spins natuurlijk veel meer vertellen hieronder, in mensentaal, maar het is prachtig om te zien wat voor vorderingen wetenschap maakt in het doorgronden wat het maakt dat onze aarde bestaat en dat wij op die aarde bestaan. Dat alles ‘tol’t en ‘trilt’, dat niets stil staat en dat alles in beweging is, wisten we al heel lang. Maar wat tolt en trilt dan en waarom?

Om je een voorstelling te vormen van deze tolbeweging, kijk dan op deze video naar hoe onze eigen aarde dat doet: De precessiebeweging.

Wat is precessie?

De Aarde is afgeplat als gevolg van haar rotatie om haar as. Bij de evenaar is de straal 21,5 kilometer groter dan tussen de polen. De aantrekkingskracht van de Zon en Maan op deze afplatting veroorzaakt een rotatiebeweging: de aardas draait rond ten opzichte van het baanvlak Aarde-Zon. Dit is verschijnsel heet de precessie en is vergelijkbaar met het wiebelen van een tol, welke ook een precessie heeft. Eén precessie-omwenteling duurt gemiddeld 26.012 jaar en wordt ook wel het kosmisch grootjaar genoemd of Platonisch jaar, naar de Griekse filosoof Plato.

 

 

Kijk ook eens naar deze video’s:  Physics Videos by Eugene Khutoryansk

Het zijn prachtige video’s.  Je ziet een hoe de golffunctie twee dimensies heeft: een reële en een imaginaire. Je ziet ‘collaps’ en weerkaatsing afgebeeld. Dit soort video’s helpt de verbeelding van wat hier gebeurt. Want normaal is de wereld die deze video’s afbeelden allerminst.

Toch zullen we eraan moeten wennen: het is namelijk de enige echte realiteit die bestaat. De realiteit waar wij naar kijken is alleen een afdruk daarvan.

 

Ik ga een stap verder.

Ik maak de voorbeeldsituatie van de spiegel ingewikkelder en sta even niet stil bij rechts of linksom. Dat zijn begrippen waar we hieronder meer betekenis aan gaan geven.

Stel: ik heb een hallucinerend middel geslikt. Bijvoorbeeld Psilocybine (een Paddo, verzamelnaam voor verschillende soorten paddenstoelen met een bewustzijn veranderende of hallucinerende werking) of LSD (een gesynthetiseerde organische verbinding met hallucinogene werking). Je gaat vervolgens voor de spiegel staan. Wat ga je zien?

Je ziet niet meer het gezicht dat je normaal ziet. Je kan de meest griezelige vervormingen zien ontstaan in de spiegel van jouw eigen gelaat. Wat is dat waarnaar je kijkt? Wat ziet die spiegel als ik mijzelf en mijn bewustzijn (blijkbaar) intern ‘vervorm’ door psychedelica te slikken? Als ik een psychedelisch middel slik verandert mijn uiterlijkheid helemaal niet. Hoe kan het dan dat ik een ander gezicht zie in de spiegel als ik  psychedelica op heb? Dat ik niet ‘mezelf’ zie? Of zie ik dan wel mezelf? Hoe kan in de spiegel een realiteit bestaan die een andere is dan mijn werkelijkheid?

En let op: het is niet dat ik achteraf bizarre gezichten maak via mijn mobiel en een of andere slimme app. Het beeld dat ik zie is écht dat wat in mijn hersenen gefabriceerd wordt. De foto die genomen wordt, wordt genomen door mijn hersenen. Die foto is ‘echt’!

Wat ik hieronder ga doen: ik ga laten zien hoe dat werkt. Ik ga vertellen hoe onze wereldbeschouwing een “spin-up” beschouwing is. Vervolgens dat de “spin-down” wereld óók bestaat. We zien met onze hersenen. We zien helemaal niet met onze ogen.

Onze ogen zijn slechts de instrumenten van de ziel en het ego. In welke verhouding mogen we zelf bepalen.

Doordat we als mensheid kennis gaan maken met kwantum bewustzijn, gaan we als mensheid begrijpen wat ons menselijk brein allemaal doet voor ons en hoe “wij” ontstaan in dat brein.

We gaan inzien dat de “echte” spiegel een heel andere is dan wat we nu spiegel noemen. We gaan inzien dat al die werkelijkheden – rechtsom en linksom – in ons hoofd wel degelijk bestaan. Hoe kom ik anders tot mijn ‘zien’ van mijn spiegelbeeld?

Ik zie mijn toehoorders meestal met een soort waterige ogen kijken als ik dit soort dingen vertel: totale verwondering en onbegrip. Toch gaan we een wereld in waarin dat inzicht er wel gaat komen. Nieuwe kennis gaat ongestoord door met uitkristalliseren in onze samenleving.

Op oude mentale akkers – het brein dat zich gesetteld heeft in een bepaalde modus – gaat dat nieuwe denken niet groeien, vrees ik. Op jonge mentale akkers – de millennials – des te harder.

Wat ik hieronder ga doen: ik ga laten zien hoe spins werken en waarom ze er zijn. Ik ga vertellen hoe onze wereldbeschouwing een “spin-up” beschouwing is. Vervolgens dat de “spin-down” wereld óók bestaat.

De werkelijkheden “rechtsom en linksom” in ons hoofd bestaan wel degelijk: hoe kom ik anders tot mijn ‘zien’ van mijn spiegelbeeld)?

Wat betekent dat dan? Zou het waar kunnen zijn dat we als mensheid voor het eerst in een échte spiegel kunnen kijken? Wie zijn wij mensen eigenlijk???? Wat nemen onze ogen eigenlijk waar? Wat ‘zien’ onze hersenen?

“Ik zie niet dat ik zwart ben. Dat zie jij”. Dat zei Romana Vrede – Actrice die Theo d’Or kreeg – in een interview. Een fascinerend zinnetje.

Wat ziet de andere voor verschil met zichzelf als hij de ene in het vizier krijgt? Kan een mens überhaupt zijn eigen “gelaat” zien? Hoe werkt dit toch? Wanneer is zwart-wit een ‘ding’ en wanneer niet?

Of beter: wat voor proces speelt zich in onze hersenen af als waargenomen wordt? Wat voor programma draait daar? Volgens welke Language of Thougt (LOT) codering ontstaat wat wij zien en doen als mensen? Of we nou in de spiegel kijken of ergens anders ‘in’. Je zit altijd ergens ‘in’ blijkbaar, terwijl wij mensen denken dat wij ergens ‘naar’ kijken.

Het zijn van die zinnetjes waar je even bij moet stil staan. Als je zegt dat je ergens ‘naar’ kijkt, ben jezelf het volmaakte, maar ook volmaakt ongedefinieerde beginpunt. Het is een deterministische view: je kúnt waarnemen en vaststellen wat het is dat je waarneemt. Want waarnemen is determineren. De redenering is: Ik heb als mens niets te kiezen. De natuur levert mij aan wat ik kan waarnemen. Ik heb geen vrije wil in de zin ik kan kiezen wat ik waarneem.

De redenering moet je doortrekken naar ons mensen zelf die ook alleen maar producten zijn de natuur. Wij hebben als mensen helemaal niets te kiezen in wie of wat wij zijn, net zoals een bloem niet kan kiezen wat voor soort bloem hij wil zijn.

Gedrag van mensen – als zuivere natuurproducten – ontwikkelt zich volgens wetten die we nu pas leren kennen: generatieve logica van betekenisgeving of LOT.

Nu pas ontstaat het concept van de vrije wil als de mogelijkheid om uit systeem-1 te stappen: de wisdom barrier.

Nu komt aan determinisme een einde.

Want determinisme ontstond alleen omdat we niet wisten waar waarnemen, gewaarworden en betekenisgeving over ging. Er is helemaal niets gedetermineerd en toch ontstaat alles in één wonderschone super symmetrische logica.

Over dat verschijnsel van die supersymmetrie wordt nu heftig nagedacht. Het is een ‘groot ding’ in de natuurkunde maar supersymmetrie is nog niet aangetoond. Ik kom er hieronder op terug.

Spins behoren tot de grotere wetenschappelijk ontdekkingen van de afgelopen 150 jaar.

Spins verklaren wat we waarnemen. Spins zijn nodig om tot ‘quantum entanglement’ of kwantum verstrengeling te komen.

In mensentaal: spins maken dat mensen zich kunnen verbinden. Spins zijn het mechanisme om tot betekenis te komen. Spins zijn de basis van letterlijk ‘alles’ wat we waarnemen, gewaarworden en betekenis geven. Spins maken dat wij als mensen elkaar ‘verstaan’ en kunnen (aan)raken.

Als twee mensen elkaar ontmoeten en de ene kan niets met de ander – ze lijken als kat en konijn samen – dan is er geen ‘spin-up-energie’. Je ziet mensen dan wegdraaien: niet in staat contact te maken, niet in staat om aan te raken of te verbinden.

Als mensen remmingen vertonen, tegenzin in welke vorm dan ook, dan praten we over ‘spin-down-energie’. Je kunt dat voelen.

En toch zijn spins onbekend. Niet in de theoretische natuurkunde, daar draait alles om spins. Maar in de ‘theoretische menskunde’ en dat gaat nu vooral om neurobiologie: neurobiologen hebben geen idee van hoe wij mensen tot verbinding en betekenis komen.

Hersenonderzoek – je kou kunnen zeggen: dat is de basis van de theoretische menskunde – laat zien dat de bedrading van het brein kan worden gereorganiseerd door verandering van je gedrag en gewoonten en dat dit inspanning vereist. Omgedraaid wordt gedrag ‘geschreven’ door de hersenen: alles wat het lichaam doet ontstaat uit een handelingsvoorschrift van het brein aan het lichaam.

Hoe werkt dat?

Is de illusie van de vrije wil – verkondigd door mensen als Dick Swaab en Danniel Dennet – niet per definitie het product van de denk-box waarin de menswetenschappen nu verkeren?

In de opvatting dat vrije wil een illusie is, voeren hersenen bewerkingen uit zonder dat wij dat ons daarvan als mensen bewust zijn. In zekere zin is dit een ‘open deur’ intrappen: natuurlijk is dat zo. Er is geen manier voor “mij” om te weten wat zich op Nanoniveau in mijn hersenen afspeelt. Ik kan niet zien wat neuronen, dendrieten, gliacellen of microtubules in de axonen van neuronen doen. Godsonmogelijk. Dus wat is de mededeling hier?

De vraag zou  moeten zijn: hoe ontstaat de ‘ik’ én de mogelijkheid tot zelfidentificatie  ‘emergent’ uit de technische infrastructuur van synapsen, neuronen en glia: de kleinste bouwstenen van ons zenuwstelsel? Hoe kan een mens bewust worden en niveaus van bewustzijn hebben?

Dan moet  je het hebben over wat er op die technische infrastructuur van neuronen en glia aan ‘lading en massa’ vervoerd wordt.

Menselijkerwijs betekent het dat die infrastructuur ervoor zorgt dat informatieoverdracht kan plaatsvinden waardoor ‘verstrengeling of entanglement’ optreedt. Informatie over dat wat verbindt of aantrekt/afstoot (D en de “SQ”) en informatie over dat wat ‘doet werken’ en werkzaamheid creëert (C en “PQ”). Het is symboliek die ik gebruik in TDCZ-logica: de metalogica van betekenisgeving die laat zien dat er drie systemen actief zijn in ‘de geest’: systeem -1, -2 en -3.

Ik laat in het plaatje hiernaast systeem-1 zien. Systeem-1 is de grondtoestand die nodig is voor de collaps en betekenisgeving. Systeem-1 is opgebouwd rond vier inhouds-domeinen en daarmee ook vier ‘intelligenties’. De systemen -2 en -3 zijn volgend.

Waar je naar kijkt is een energiespectrum: een coördinatenstelsel  waardoor je kan zien waar zich wat voor energie bevindt.

De vraag blijft: wat gebeurt daar in dat wonderschone brein?

Want zelfs nu we de systemen van de geest, van onze gewaarwording, leren kennen

  • dan heb ik het over systeem -1, -2 en -3
  • dan heb ik het over hoe de ‘common sense’ in systeem-1 ontstaat en hoe systeem-1 daarmee ook de wisdom barrier vormt
  • dan heb ik het over de hogere bewustzijnsniveaus, dus systeem-2 en -3, die maken dat we kunnen denken over ons denken en over ons gedrag, dus over hoe en waarom die common sense ontstaat..

dan nog is onbegrijpelijk waarom en hoe gedrag ontstaat.

Want ik weet nu wel wat voor ‘golfmechanica’ mij drijft tot gedrag, maar ik weet nog steeds niet waarom ik welk gedrag vertoon. Daarvoor heb ik de spins nodig die ik hieronder steeds verder definieer en inkleur.

Spins: verstaan of niet verstaan – bron van emotie

Eerst weer in de taal van de natuurkunde, daar komt het denken tenslotte vandaan. Ook een stukje geschiedenis. Dat begint met het quantum entanglement of kwantum verstrengeling: hét nieuwe begrip. Daarna gaan we duidelijk maken hoe het spinmechanisme nodig is om tot deze verstrengeling te komen.

Wikipedia:

Spin is een fundamentele eigenschap van atoomkernen, hadronen en elementaire deeltjes. Hoewel de spin eigenschappen heeft die doen denken aan een “gewoon” impulsmoment — en het kort na zijn ontdekking ook zo werd opgevat — heeft spin niet te maken met een daadwerkelijke draaiing van een deeltje om zijn as; het is een intrinsiek kwantummechanische grootheid die op geen enkele wijze met de klassieke mechanica is te beschrijven. Voor deeltjes (elementaire of samengestelde) met een spin ongelijk aan nul is de richting van de spin (doorgaans ook kortweg spin genoemd) een belangrijke intrinsieke vrijheidsgraad, die het intrinsieke impulsmoment beschrijft.

Kwantum verstrengeling kost fysici vele hoofdbrekens: het verschijnsel lijkt te spotten met onze ‘wetten’ van de causaliteit.

Het argument van de verstrengeling gaat terug tot Einstein. Het beruchte EPR (Einstein / Podolsky / Rosen) gedachte-experiment uit 1935 toonde aan dat als de kwantummechanica correct was, de bepaling van de toestand van één kwantumdeeltje ogenblikkelijk en op elke afstand de toestand van een ander deeltje kon bepalen. Dit werd later verstrengeling of kwantumverstrengeling genoemd.

Kwantum verstrengeling is een ‘groot’ begrip in de kwantummechanica. Deeltjes kunnen ‘verstrengelen’. Dan raken ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zodat ze zich in zekere zin als één enkel ‘ding’ gaan gedragen, zelfs als ze in de ruimte ver van elkaar vandaan zitten (Einstein: “spooky action at a distance”). Wanneer je dan vervolgens aan een zo’n deeltje meet, heeft dat ook meteen effect op het andere deeltje. En het wordt gekker: wanneer fotonen – de fundamentele deeltjes van het licht – in paren worden gecreëerd, kunnen ze uit verschillende, in plaats van dezelfde locatie ontstaan. De kwantumtoestand moet voor het systeem als geheel worden beschreven. In de theoretische natuurkunde wordt verstrengeling nu gezien als het mechanisme dat verantwoordelijk is voor (de emergentie van) tijd en zwaartekracht. Er is veel om te doen en veel over te lezen.

Metingen van fysici geven harde bewijzen voor het bestaan van verstrengeling. Tegelijk begrijpt niemand wat er gebeurt én is het zo dat kwantum mechanica de beste theorie ooit is, tot in detail voorspellend wat we zien. We hebben techniek in handen die we niet begrijpen.

Nieuwe benaderingen van de ineenstorting van de golffunctie gaan over ‘decoherentie’ in de omgeving, dus de conversie van een golftoestand tot sterk gelokaliseerde klassieke eigenschappen, die zich over een grote afstand zou kunnen uitstrekken. Het zijn allemaal ideeën en vermoedens, vol met strijdigheden nog, die gaan over de werking van de ruimte van de gewaarwording die we nu p as gaan leren begrijpen.

Binnen de natuurkunde stond Nobelprijswinnaar Eugene Wigner vrij eenzaam met zijn idee dat alleen het bewustzijn van de metende mens de kwantummechanische golffunctie kan doen instorten. Het is de kern van YX theorie.

Wigner stierf in 1995. Dat was een jaar nadat Roger Penrose door de Engelse koningin tot ridder was geslagen. Penrose heeft Wigners idee omgekeerd. Volgens Penrose ontstaat het bewustzijn juist als gevolg van het instorten van de kwantummechanische golffuncties binnen de eiwithuishouding.

Penrose gelooft dat de werking van het menselijk brein niet gebaseerd kan zijn op algoritmen. Zo is de manier waarop we een schaakstelling analyseren volgens Penrose meer dan een opeenvolging van procedures. In samenwerking met de anesthesioloog Stuart Hameroff heeft Penrose de gedachte ontwikkeld dat het celskelet een kwantumcomputer zou herbergen, die het bewustzijn zou produceren.

Spins zijn een menselijk verschijnsel.

Het gekke en mooie is dat we als mens eerder gaan begrijpen wat spins zijn dan als technicus/wetenschapper. Terwijl tot nu toe natuurlijk het omgekeerde waar was en is: spins zijn technische en theoretische eigenschappen van de ‘dingen’. Het zijn ‘dingen’ die niets menselijks lijken te hebben. Dingen die ‘buiten’ de mens staan. Wat bijzonder is, want hoe kan dat eigenlijk? Dat dingen ‘buiten’ jezelf staan?

Het leuke is dat alle theoretisch natuurkundigen erachter komen dat ‘de dingen’ die ze zien, menselijke eigenschappen lijken te bezitten.  De natuur is oneindig veel meer ‘spooky’  dan we ons nu realiseren en we staan echt pas aan het begin van dit begrip. Dat wéét elke theoretisch fysicus.

In alle populaire beschrijvingen worden kwantum spins beschreven als een soort tol en draaiende magneet. Als eigenschap van ‘iets’ – in dit ‘venster’: in ons brein, ín ons hoofd en niet buiten ons hoofd – dat niet is wat wij mensen zelf zijn maar is waaruit wij als emotionele mensen ontstaan. Als er geen bewust leven zou zijn geweest, hadden spins niet bestaan. Ik daag theoretisch natuurkundigen uit om dit raadsel in hun denk box op te lossen.

De spin als mechanisme in en van ons kwantumbrein is er om betekenisgeving en collaps mogelijk te maken.

Wat platter gemaakt in de mensenwereld:

Alle emoties ontstaan uit spins: het mechanisme dat “iets extra’s” creëert, iets wat een intrinsieke balans doorbreekt. “Iets” wat een signaal met een richting en inhoudelijke sterkte creëert, dat in handelingsvoorschriften aan het lichaam wordt omgezet. “Iets” wat collaps of betekenisgeving en dus emoties mogelijk maakt. Emoties worden voortgebracht door dit ‘mechanisme’.

Over wat dat “extra” is dat het spinmechanisme creëert gaat het nu. Ik ga beschrijven hoe dat “extra’s” ontstaat:  als een rekenkundig saldo van objectieve manifestatie en subjectieve voorbereiding. Rekenkundig easy, maar niet gemakkelijk te begrijpen, want abstract, dat geef ik toe. Bedenk echter: het spinmechanisme is iets dat we allemaal kennen, uitstekend zelfs.

Eigenlijk weten we onbewust allemaal waar dat over gaat. Het gaat namelijk over ‘leven’. Leven als proces van betekenisgeving. Alles dat we produceren (als collaps, inclusief haar consequenties), ontstaat uit wat en hoe we zelf betekenis geven aan de wereld en aan de relatie met de ander.  We kunnen alleen produceren wat we kennen en we gaan dat kenproces begrijpen doordat we gaan begrijpen hoe spins werken. Op wetenschapsniveau nog, maar geloof me hier: de toepassingen komen eraan gedenderd.

Ik kan dit soort dingen niet genoeg benadrukken: toepassingen van dit denken zijn grootschalig en gaan heel snel komen.

Voor de beeldvorming:

De gaming industrie bijvoorbeeld gaat begrijpen hoe serious gaming ontstaat: je kunt dadelijk tegen jezelf spelen. In spellen leer je echt en tegenstanders vertonen echte emoties die worden opgeroepen door “jouw gedrag” dat ook emotioneel is. Onderwijs en dan in het bijzonder Vorming gaat op z’n kop als we gaan begrijpen wat hier speelt.

Kortweg: we gaan totaal anders kijken naar het proces van “ontmoeting”  of “encountering”.

Volg me in een gedachten experiment:

Probeer je voor te stellen dat je als mens de enige mens op aarde bent. Echt de enige. Ook niet iets dat in de buurt van een mens komt, helemaal niks. Jij bent de enige. Kan dat? Nee, dat kan niet. Je hebt minstens twee mensen nodig en dan heb je nog een heleboel vragen onbeantwoord gelaten.

Probeer je eens voor te stellen dat jij de ene mens bent die deze andere mens ontmoet. Jullie zijn ‘uit hetzelfde hout’ gesneden, jullie hebben dezelfde oorsprong, wat dan ook moge zijn.

Wat ‘maakt’ dat je elkaar waarnemen kan? En vervolgens gewaarworden en ‘betekenis geven’: misschien rijk je hand wel uit. Wat gebeurt daar?

Je bent niet dezelfde mens zoals bijvoorbeeld je spiegelbeeld ook ‘jou’ is.

Je bent twee mensen – de ene en de andere – die elkaar waarnemen en die deze relatie – die in die waarneming ontstaat – in zich zelf betekenis geven. Terwijl ieder blijft waarnemen: er is sprake van een constante uitwisseling van infomatie.

Dat kan niet anders dan ‘inhouden’ dat er één taal, één generieke logica van betekenisgeving actief is, waarin beide mensen deelnemen. Deelname of verstrengeling is een groot onderwerp. Het betekent dat je altijd een betekenisframe deelt.

Het betekent ook dat elk van beide mensen een soort zender-ontvanger is.

De ene en de andere kunnen zomaar, als ze dat willen, de zender uitzetten (uit de informatie uitwisseling, dus ‘uit beeld’ stappen), of andere of geen signalen uitzenden of (oude, nieuwe) binnenkomende signalen blokkeren.

De vraag is natuurlijk: wat maakt de ene en de andere nou bijvoorbeeld “blij” in de interactie? Wanneer krijgt interactie ‘betekenis’ in de zin dat er handelingen uit voortvloeien van beide mensen, die coherent zijn en wederzijds begrepen worden? Handelingen die we emotioneel gedrag noemen, omdat het gedrag is dat door het lichaam moet worden opgebracht en omdat gedrag en denken de uitkomsten zijn van systeem-1, het systeem dat al onze sociale vaardigheden (competenties) en redeneringen daarbij (cognities) doet ontstaan.

Wat gebeurt er op die momenten van betekenisgeving, deze momenten ‘in between’? Dát is toch waar het om gaat? Dáár zít toch de essentie?

In marketing taal spreken ze van ‘moment of thruth’. Al het andere (dat wat mensen doen) is toch gevolg van wat daar gebeurt? Is niet alles wat we zien het gevolg van betekenisgeving op die momenten ‘in between’?

De doorbraak is dat we nu gaan begrijpen hoe die momenten ‘in between’ ontstaan en worden opgebouwd. We gaan begrijpen dat alles wat we zien innig verstrengeld is met een toestand van gewaarwording en natuurlijke ontwikkeling die de voorbereiding is van wat we zintuiglijk waarnemen. In meer technische taal die ik hieronder ga uitleggen:

TDCZ-logica laat zien dat betekenis ontstaat als een verstrengelde toestand: dan corresponderen signalen, en dat betekent:

dan is er kennis T en een kenner Z van een ‘verstrengelde toestand’ opgebouwd uit verbinding (D) en werkzaamheid (het gekende C).

Geheugen als scharnier

De “Da Vinci Code” is natuurlijk hoe gecodeerd wordt wat betekenis is en wanneer dat dan plaatsvindt.

Ik ga weer teug naar mijn gedachten experiment met de twee mensen. Beide mensen nemen elkaar waar. Ze doen dat met een soort ogen die we niet kennen – in dit gedachten experiment – want die ogen zijn super geavanceerde videocamera’s die letterlijk alles zien wat bij de geboorte is begonnen en vervolgens is geëvolueerd door nature en nurture. Elk van de twee mensen is uniek en volledig in beeld, bij de een naar de ander én bij de ander naar de een.

Wat maakt dan dat betekenis ontstaat? Als wat gebeurt?

Ik moet hier een flinke stap zetten in de logica, maar dat is even niet anders:

Je kunt betekenisgeving niet loskoppelen van de lerende en scheppende mens en dus van geheugen. Geen enkele betekenis ontstaat als (de beide) mensen op hun pad niet verstrengeld raken en die verstrengeling – hun relatie – niet in handelen wordt omgezet. Betekenis heeft altijd een collaps, een handeling tot gevolg.

Mentale energie collapst in mentale arbeid van het lichaam.

Ofwel: er is geheugen aan het werk. Zonder geheugen geen leren. Bij de geboorte van een mens is betekenisgeving als geheugen al geen ‘tabula rasa’. Nature en nurture vullen de betekenistabel die ons geheugen is, bij het ontstaan van – en gedurende – het leven. Elk leerpad van elk mens is een uniek pad in die oneindig complexe multidimensionale ruimte waar we het hier over heben, een ruimte waar alles potentiële energie is. Leerpaden van twee mensen verschillen volkomen.

Met deze kennis toegerust staan in dat gedachten experiment nu twee mensen tegenover elkaar met verschillende – volkomen unieke en volkomen eigen – leerpaden.

Nog steeds blijven de ene en de andere de super geavanceerde camera hanteren. Beide mensen zien alles, dat blijven we even aannemen. Laten we dat nou eens aannemen: beide mensen zien het leerpad: van zichzelf én van de ander.

Wat is het dat betekenis creëert in de uitwisseling? Wat maakt dat mensen met die volkomen eigen, unieke leerpaden en geheugeninhoud, iets te delen hebben met elkaar? Wat maakt dat wat gedeeld wordt betekenisvol?

Het antwoord ligt opgesloten in hoe die complexe multidimensionale energetische ruimte werkt. Het antwoord ligt in de verstrengeling of entanglement: pas als verbinding en verdichting groot genoeg zijn, doen zich verschijnselen voor in de macro-wereld, onze realiteit.

Dat is onmogelijk voor ons mensen om te begrijpen zonder wiskunde.

Het helpt wel als we kunnen zeggen dat we die die complexe multidimensionale energetische ruimte kunnen ‘plat slaan’ als TDCZ-matrix. Dan hebben we een communiceerbare vorm waarin we kunnen duidelijk maken hoe deze energetische multidimensionale ruimte werkt.

Ik blijf het hier herhalen. Het feit dat we over TDCZ-logica gaan beschikken is een enorme stap: we gaan de mentale machine begrijpen die ons voortbrengt en we gaan leren onszelf naar totaal nieuwe hoogtes te brengen met deze mentale machine. Vergeet het oude, vergeet de tijd dat we elkaar als barbaren te lijf gingen op onze kleine aarde. We gaan echt een nieuwe wereld in. En het gaat veel harder dan we denken.

Van moment naar moment – van confrontatie op confrontatie met de ander  en dus per cyclus – wordt een verslag van deze confrontaties in TDCZ-codering weggeschreven in het geheugen. Wat goed ging en niet.

In de loop van de evolutie en ontwikkeling van beide mensen hebben zich patronen opgebouwd die aangeven wat als effectief en efficiënt gedrag wordt beschouwd. Het zijn coderingen van een verleden waarin van moment naar moment is bijgehouden hoe het best betekenis kon worden gegeven aan de omgeving waarin geleefd wordt. Je kunt daar heel ver in gaan: er zijn oudere en jongere zielen op deze wereld.

Met de introductie van het geheugen hebben we bereikt dat we een gesloten informatieruimte hebben gecreëerd voor ons informatieproces. Een informatieruimte die zowel de realiteit omvat (daar waar we de ervaringen opdoen) als de intentionele wereld (de voorbereiding en potentie).

Het ontstaan van spin-up en spin-down: als betekenis gevend ‘saldo’ van objectiviteit en subjectiviteit

Zoals hierboven gezegd:

Alle emoties ontstaan uit spins: het mechanisme dat “iets extra’s” creëert, iets wat een intrinsieke balans doorbreekt. “Iets” dat een signaal met een richting en inhoudelijke sterkte creëert, dat in handelingsvoorschriften aan het lichaam wordt omgezet. “Iets” dat collaps of betekenisgeving en dus emoties mogelijk maakt.

Wat we bedoelen we met dat “extra”? Wat voor intrinsieke balans wordt hier bedoeld: balans tussen wat en wat?

Het antwoord ligt opgesloten in het inzicht dat betekenis bestaat uit twee gespiegelde werelden, een objectieve (rechtsom draaiende) wereld en een (linksom draaiende) subjectieve partner wereld.

Twee werelden die samen de wereld van de potentiële energie vorm geven:

  1. objectiviteit en manifestatie
  2. subjectiviteit en voorbereiding

Het proces van betekenisgeving – het derde energetische proces – sluit die twee werelden van moment naar moment, als een soort virtuele ritssluiting in onze Noösfeer.

Ritssluiting is natuurlijk een hopeloos ingewikkeld woord hier. Ik probeert iets uit te leggen dat niet lineair is, niet de 4-D-realiteit zoals we die allemaal kennen en alleen op kwantumniveau bestaat in een 12D-ruimte (dat het om 12 dimensies gaat volgt uit wiskunde). Iets dat uitzonderlijk complex is en op een niveau complex dat niet bereikbaar is voor ons menselijke verbeelding.

Wiskunde is dan een prachtig hulpmiddel. Met wiskunde creëren we een ‘plat vlak’ waarin we op consistente en coherente manier kunnen beschrijven wat zich in die 12D-ruimte van de gewaarwording afspeelt.

Op dat platte vlak – dat is én de TDCZ-landkaart (ons coördinaten stelsel) én dat is de TDCZ-matrix (de operator en energetische toestandsbeschrijving) – is zichtbaar te maken hoe de twee werelden constant integreren.

Ik zet beide nog eens onder elkaar. het zijn echt verschillende afbeeldingen van dezelfde werkelijkheid

De TDCZ-landkaart, de distributie van inhoud:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De TDCZ-matrix, de distributie van soorten energie:

 

 

 

Op dat platte vlak – dat we ook wel het YX-vlak noemen en dat ons bestaansvlak is – zie je het resultaat van dat integreren. Je ziet de voorbereiding die leidt tot de collaps en de betekenis. Het is niet simpel wat ik hier zeg. Het enige dat ik erbij kan vertellen: het volgt allemaal uit wiskunde.

En wat ik hieronder laat zien: ook wordt dan duidelijk hoe objectiviteit en subjectiviteit integreren in betekenis.

Dat proces van betekenisgeving wordt van moment naar moment ‘gemonitord’ in en door ons brein.  Alles dat betekenis geeft en heeft gegeven wordt opgeslagen.

Constant, eeuwigdurend, in hypersnelle tijdloze cycli. Een fundamentele levensproces van alle bewuste mensen, dat je kwantummechanisch wonderschoon kan vormgeven. Iets dat we hier niet gaan doen. We moeten immers verder: naar de spin.

Wat zenden beide mensen in ons gedachten experiment uit? Dat is hun spin-profiel.

Ofwel:

Spin-profiel is het complex aan signalen (met “golflengtes en amplitudes”) dat ontstaat in de afweging van object- en subjectbewustzijn, dus van die twee hierboven genoemde potentiële energieën.

In de ontmoeting of ‘aanraking’van de ene met de ander, onstaat een proces waarbij beide spinprofielen (ook weer) tegenover elkaar worden afgewogen. Let op hier: ik spring van de wereld in mijn hoofd, naar de wereld buiten mijn hoofd, want ik ontmoet de ander.

Dat is uitzonderlijk complexe, want alle informatie blijft behouden in deze ‘ruimte’.

In die 12-D-ruimte is alles bekend wat zich in beide hoofden van beide mensen (in ons gedachten experiment) afspeelt.

Tegelijkertijd heeft elk van beide mensen de eigen unieke voorbereiding: in systeem-1 en vormen de systemen -2 en -3 de collectieve ruimte. Beide mensen hebben daar toegang toe, elk op de eigen manier.

Wat we mensen zien doen, is de uitkomst – de collaps, de betekenisgeving van moment naar moment. Wat we mensen zien doen wordt in systeem-1 voorbereid: systeem-1 is de voorbereiding van de feitelijk handeling, als collaps en gegeven betekenis.

Terwijl de systemen -2 en -3 energetisch ook (voortdurend) actief zijn.  Het zijn grotere, ‘diepere’ golven die de systeem-1 golf voortstuwt die als branding stukslaat.

Voortdurend en van moment naar moment wordt dit informatie systeem gevoed met nieuwe waarneming, gewaarwording en betekenisgeving.

Buiten mijn hoofd is de spiegeling van binnen mijn hoofd

Elke keer weer vindt er ook een neerslag plaats in het geheugen. Zo wordt ons cultureel archief – vaak eeuwenoud – opgebouwd dat diep in onze genetica zit weggestopt én manifest is bij alles wat doen als mens.

Dat is complex. Het is niet anders.

In elk hoofd moet de kwantum computer razendsnel bewerkingen blijven uitvoeren.

Want er is op een aantal niveaus tegelijk een informatie-geheugen opgebouwd. Niet alleen op Nano-niveau waar de neuronen actief zijn, maar ook zintuiglijk macro niveau, waar taal- en beeldvorming plaatsvindt. Het is dat laatste niveau wat door systeem-1 wordt ingevuld. Systeem-1 zorgt immers ervoor dat ik zintuiglijk waarneembaar handel in onze realiteit. Systeem-1 zorgt ervoor dat macro-niveau dat een heel ander niveau is dan Nano-niveau. Systeem-1 heeft dan ook verdichting nodig: klontering van de informatie-energieën opdat ze kunnen worden waargenomen en er systemen mee verbonden kunnen worden in onze realiteit. Of dat nou meetsystemen zijn van natuurkundigen of organisatie-systemen van mensen. Het is de introductie van veel deeltjes systemen. Ik kom daarop hieronder nog terug.

Exact dezelfde bewerking als die “ik” gebruik om tot “mijn” handelen te komen, geldt nu ook voor de wereld buiten mijn hoofd.

Ik sta stil bij wat er ín mijn hoofd gebeurt:

Mijn brein komt tot mijn systeem-1-emoties in een fascinerende afweging van objectiviteit en subjectiviteit. Informatie-technisch als een saldo van de waarden van objectiviteit en subjectiviteit in dat TDCZ-spectrum krijgen, als gevolg van de cyclus van waarnemen, gewaarworden en betekenisgeven.

Als het saldo positief is ontstaat er een bepaalde “spin-up”: objectief door de ander waarneembaar gedrag. Als het saldo negatief is, ontstaat “spin-down” en denk je terwijl je niet handelt. De ander kan dat soms voelen, als zijn gewaarwording maar ver genoeg is ontwikkeld, wat is iets anders is als zijn waarneming (dat is die camera).

Alle gevoelens, dus alles wat ‘boven’  systeem-1 ligt die de grondtoestand is, is per definitie het domein van systeem -2 en -3,  noemen, zijn er én ze spelen niet direct mee in de handeling van de mens. Indirect natuurlijk wel: gevoelens zijn immers de krachtige diepte-golven die de realiteit van gedrag – als branding van de systeem-1-golf – steeds opnieuw en per cyclus voortbrengen.

Ik sta vervolgens stil bij wat er buiten mijn hoofd gebeurd. Nou wordt het lastig en spannend:

Want wat zich ín mijn hoofd afspeelt kan niet anders dan dezelfde ruimte zijn als de ruimte buiten mijn hoofd. Het is één en dezelfde ruimte! In de wereld buiten mijn hoofd gelden dezelfde systeem-wetten en is er ook systeem-1, -2 en -3. Het zijn alleen verschillende  vensters waardoor je kijkt.

Buiten en binnen mijn hoofd gebeurt tegelijkertijd, volgens één systeem en één logica.

Altijd is er één gesloten informatieruimte werkzaam waarbinnen  buiten en binnen mijn hoofd één proces zijn en tegelijkertijd gescheiden processen.

Ze zijn één proces omdat ‘buiten mijn hoofd’ en ‘binnen mijn hoofd’ in een constante, volledige en ‘tijdloze’ informatiecyclus worden verbonden, zonder dat we daar ooit iets van merken.

Ze zijn gescheiden processen omdat realiteit de spelbreker is. Nu kom je ineens niet meer zo gemakkelijk bij je gevoel: daarvoor moet je flink je best doen vaak.

Laat me de situatie die ik beschrijf zo scherp mogelijk neerzetten en dan neem ik twee vensters in beschouwing waardoor ik naar de ‘ware werkelijkheid’ kijk. Ik heb twee posities als waarnemer:

  1. Ik ben de in de realiteit staande mens die de ander waarneemt.

Ik bevind me in onze normale tijdruimte, ik sta in de realiteit. Ik kijk naar de ander en de ander kijkt naar mij, ziet mij en lijkt mij te begrijpen.

Het beeld van de ander kan ik opblazen tot een beeld van de mensheid en ons bestaan in de natuur. Ik krijg met mijn waarneming de wereld waarin ik bewust leef teruggespiegeld door moeder natuur. Op een geniale manier, want die spiegel ben ik zelf, dat is mijn mechanisme van waarnemen, gewaarworden en betekenisgeven.

Waarom worden we blij en zelf emotioneel als we anderen blij en emotioneel zien?

Het antwoord is dat we een interne spiegel hebben, een interne balans tussen ego en ziel, tussen determineerbare extrinsieke mentale inspanning en dus lichamelijke handelingen enerzijds en anderzijds wat dat aan potentiële intrinsieke mentale energie ‘kost’.

We weten oneindig precies wat ons vrolijk of droevig maakt. We hebben daar ons fenomenale geheugen voor, hoe goed of slecht ook ontwikkeld in de lichamelijke realiteit van het verouderingsproces. Aan die lichamelijke realiteit van synapsen, neuronen en glia is een kwantumwereld en een kwantum geheugen verbonden waarin een ‘kosmos’ aan informatie is opgeslagen. We hebben als mensheid – steeds meer bij het ouder worden – nog weinig toegang tot dit kwantumgeheugen. Zoals vaker betoogd: dat gaat veranderen. We gaan begrijpen hoe geestelijke veroudering tot stand komt en we gaan leren hoe we dat proces kunnen omkeren.

Als het inkomende signaal voldoet aan een een bepaald emotioneel profiel – een spinprofiel dus – gaan wij emotioneel reageren zoals dat profiel voorschrijft.

Allemaal systeem-1! Allemaal ‘mechanica’.

Allemaal overschrijfbaar, als je weet hoe.

  1. Ik ben ook de mens met kwantumbewustzijn. Elk mens is dat, daarin hebben we geen keuze. Dat kwantumbrein is een natuurproduct, zoals we als mens een natuurproduct zijn. We leren het nu pas gebruiken, dat is waar.

Ik zit als het ware in mijn hoofd en heb een ‘innerlijk gesprek’ met mezelf.

Ik kan in mijn toestand van gewaarwording best begrijpen waarom ik in het verhaal hierboven een bepaald emotioneel gedrag laat zien. Toch ben ik veel meer geïnteresseerd in wat zich aan mogelijkheden voordoet, dan terugkijken en roeren in mijn  eigen onvolkomenheid. We praten immers over potentiële energie.

Dat emotionele gedrag laat ik dan ‘even’ achter me, in deze toestand van gewaarwording.

Ik doe ook nog ‘eventjes’ alsof ik midden in zo’n universele cyclus mag blijven zitten: alsof ik de tijd kan zetten. Er is dan geen volgende waarneming.

Het beeld van de ander komt bij mij binnen. Ik sta open en onderzoek integer. Ik volg slechts wat oplicht als potentiële energie en ik kan me afvragen hoe ‘ik’ me daartoe wil verhouden.

Dat oplichten, daar gaat het bij spins om.

Want razendsnel checkt de kwamtumcomputer aan de hand van die spins – de informatie ‘saldi’ die aangeven hoe krachtig object dan wel subjectbewustzijn is – om wat voor emotie het gaat met wat voor richting.

De referentie intern is altijd het eigen geheugen, het eigen cultureel archief.

Tot…we natuurlijk leren dat geheugen uit te schakelen. Wat eenvoudig is als je de virtuele wereld instapt.

Wat doe ik anders dan in systeem-1? Wat doe ik anders als ik in mijn hoofd, in de ruimte van de gewaarwording, naar de dingen mag en kan kijken? Als ik dus niet meer de ’gevangene’ ben van systeem-1, maar volledig beschik over mijn vrijheid?

Dan besluit ik om mijn systeem-1 te overrulen en iets anders te gaan doen.

Natuurlijk:

Vanuit mijn verheven positie heb ik overzicht over alle drie systemen. Ik snap vanuit dat overzicht en inzicht prima hoe mijn geheugen-signalen in systeem-1 tot de ‘normale’ ‘f ‘common sense’ reactie leiden. Maar ik zit daar niet meer aan vast.

Ik kan de potentie zien van iets anders doen dan mijn systeem-1 indiceert. Want meer dan indiceren is het dan niet meer, als je in staat bent om in die ruimte van de gewaarwording te kruipen.

Op het gelaat van de ander lees ik nu ook hele andere dingen af. Mijn ‘spiegel’  werkt nu heel anders. Afhankelijk van hoe ver ‘de ziel’ gevorderd is in de bewustwording, wordt gedrag dat jij zelf vertoont,  afgeleid van wat gelezen wordt op het gelaat van de ander. Hoe hoger in het bewustzijn, hoe minder je dat gelaat – in de realiteit – nodig hebt. Hoe lager het bewustzijn, hoe vragender het eigen gelaat de zoektocht naar de ander zal kenmerken.

Samenvattend

‘Ik’ krijg als waarnemer een objectief beeld van de werkelijkheid gepresenteerd – dat wat zintuiglijk dan wel instrumenteel wordt waargenomen.

Én ‘ik’ – in mijn innerlijke dialoog  en als mens met kwantumbewustzijn – krijg een subjectieve ‘spiegeling’ mee.

Als ik in de spiegel kijk van het dagelijkse leven, kijk ik in de oppervlakte-spiegel. Ik besta als mens, vraag met niet af waar ik vandaan komt of hier te zoeken heb, ik kijk naar buiten en zie de werkelijkheid.

 

 

 

 

 

Als ik de enige echte spiegel kijk die bestaat, dan vindt een ‘copernicaanse omwenteling’ plaats. Nu ben ik immers geen verschijnsel meer dat alleen maar over zich zelf gaat, ik ben deel van de natuur. Ik maak gebruik van natuurlijke mechanismen die onvoorstelbaar intelligent en ruim aanwezig zijn. Ik zie systeem-1 en hoe dat systeem mijn gedrag en denken inhoud geeft: zoals het voor mij het beste is. Ik heb ook de mogelijkheden van systeem  -2 en -3 om ‘uit’ mijn systeem-1 te stappen.

Nogmaals, het is niet simpel om te zien hoe dat werkt: hoe voortdurend één informatie-ruimte actief is, waarvan ik en de ander gebruik maak.

Ik probeer het te verduidelijken. Je moet gaan begrijpen dat er altijd een ‘derde stroom’ actief is – ik noem dat de PHI (Φ) -stroom : de stroom van betekenisgeving. Altijd slaat betekenis neer als gecollapste realiteit, maar het spiegelbeeld van die collaps gaat ‘terug’ de ruimte in..

 

Elk mens is volkomen uniek in het hoe gebruik wordt gemaakt van die ruimte. Allemaal uniek voor mij. Elk mens heeft een eigen uniek pad door die ruimte.

Beide werelden – buiten mijn hoofd en ín mijn hoofd – komen in mij samen, in mijn lichaam dat het – in ieder geval fysiek – allemaal moet opbrengen.

Dan is er TDCZ-logica.Want hoe die twee werelden samenkomen in mij, in mijn brein, wordt door TDCZ-logica beschreven en voorgeschreven.

In die TDCZ-logica wordt vervolgens duidelijk hoe objectieve en subjectieve wereld de spins geeft die we kunnen waarnemen, omdat er emotioneel gedrag mee verbonden is. Centraal en als hoofddiagonaal: de eigenwaarden-as met als uiteinden de Kennis (T) en het Zelf (Z).

TDCZ-logica is niet hetzelfde als de TDCZ-matrix.

  • TDCZ-logica is een semantische landkaart, een “coördinatenstelsel” zodat inhouden een locatie krijgen. Lokaliteit is belangrijk: zonder lokaliteit geen betekenis.
  • De TDCZ-matrix brengt een complex kwantum-mechanisme in beeld: energiestromen komen in beeld. Let dus op: nu zie je de eigenwaarde-as verschijnen als hoofddiagonaal.

De TDCZ-matrix laat zien dat betekenis ontstaat als een verstrengelde toestand: dan corresponderen signalen, is er herkenning T en erkenning Z van een ‘verstrengelde toestand’ D+C.

Ofwel: er vindt betekenisgeving plaats, van moment naar moment in een language of though (LOT).

Het gaat in die TDCZ-matrix om twee assen: de eigenwaarde-as en randvoorwaarden-as. Op de eigenwaarde-as (van linksboven naar rechtsonder) kristalliseert mentale energie uit in mentale arbeid. Arbeid is per definitie iets dat het lichaam opbrengt.

 

Op de randvoorwaarden-as (van linksonder naar rechtsboven) kristalliseert niets uit, terwijl het spin-mechanisme behouden blijft.

Dit zijn geen kleine constateringen: ze hebben grote gevolgen in de natuurkunde en in ons inzicht in wie wij mensen zijn.

 

 

Wat je ziet is een complex systeem met twee ‘assen’. De tweede as is nog nooit in beeld geweest voor ons mensen. Terwijl er wereldwijd grootschalig wetenschappelijk onderzoek naar verricht wordt. Vooral onder de merknamen duurzame inzetbaarheid en burn-out.

  1. De as die mentale energie omzet in mentale arbeid. Het spin-mechanisme is bedoeld om betekenisgeving, dus collaps in mentale arbeid, dus coherente handelingsvoorschriften aan het lichaam mogelijk te maken.
  2. De randvoorwaarden-as met een hele bijzondere functie: de heelheid van het systeem bewaken.

Wat die tweede as laat zien: dat het produceren van mentale arbeid ook iets ‘kost’.

Altijd gaat coherente manifestatie van “mij” in de realiteit samen met een innerlijke gevoel van ‘op en in orde zijn’.

Zoals we allemaal weten zijn dat twee heel verschillende dingen.

De randvoorwaarden-as is een intrinsiek subjectief mechanisme dat volledig simultaan regeert met het mechanisme dat de objectieve mentale output creëert, zichtbaar als collaps op de eigenwaarde-as – dat mijn heelheid bewaakt.

De randvoorwaarden-as maakt dat ik tóch over een innerlijke weegschaal beschik – een virtuele collaps, maar dan zonder eigenwaarden – waardoor ik iets kan zeggen over mijn eigen gevoelens en emoties. Terwijl ik ook die uiterlijke weegschaal heb, die balans tussen extrinsiek en intrinsiek, wat een ándere balans is. Dan staat het lichaam centraal in zijn verbinding met de objectieve buitenwereld.

Mijn innerlijke weegschaal is dus een ragfijn mechanisme dat er voortdurend is, zonder dat we ons dat realiseren. Totdat we ons wat minder goed voelen en geen idee hebben waarom.

De werking van beide assen wordt gerepresenteerd door twee diagonalen te tekenen in de TDCZ-matrix. Langs twee diagonalen wordt als het ware voortdurend een saldo berekend.

  1. Op de eigenwaarde-as leidt dat saldo tot uitkomsten in de externe realiteit.
  2. Op de randvoorwaarden-as is er geen saldo en bestaan dus voortduren onevenwichtigheden in de balans tussen

o     Enerzijds objectieve ‘realiteit’ van die heelheid-ontwikkelende energie, tot bloei komen

o     Anderzijds de subjectieve ‘realiteit’ van de heelheid-herstellende, dus genezende energie

Als zo’n saldo negatief is, voel je je (potentieel) minder goed. Als het saldo positief is juist omgedraaid: dan gaat het goed met jezelf, in je zelf. Het is je interne thermometer, die je nooit ziet.

Er bestaan dus reëel, volkomen simultaan en verbonden met elkaar, te onderscheiden maar niet te scheiden, drie mechanismen:

  1. Een object-mechanisme, natuurkundig de objectieve waarneming
  2. Een subject-mechanisme, natuurkundig de kwantumwereld
  3. Een betekenisgevend mechanisme, natuurkundig het mechanisme van de collaps zelf

Betekenis ontstaat als het ‘saldo’ van objectieve en subjectieve energie. Spins ontstaan als saldi van steeds twee werelden langs twee diagonalen, volkomen simultaan.

Het is hier dat je de supersymmetrie aan het werk ziet.

  • Er is niet alleen spin-up en spin-down als gevolg van positief of negatief saldo van objectieve wereld versus subjectieve (voorbereide) wereld
  • Via exact hetzelfde mechanisme ontstaan spin-up en spin-down langs de randvoorwaarden—as.

Élke spin-up / spin-down heeft zijn ‘partner’ of spiegelbeeld in de imaginaire ruimte

Alle emoties die hun uitweg vinden als spin-up of spin-down op de eigenwaarde-as, vragen tegelijk een innerlijke balans tussen up en down ( een ander soort up en down) maar nu op het gebeid van ‘randvoorwaarden’: mijn eigen heelheid waarin ik leer geven en nemen. Daar ‘collapst’ niks want die collaps was er al: op de eigenwaarde-as als emotie.

De randvoorwaarden-as of Stamina-as is nieuw. Al weten we nu natuurlijk intern al lang dat zo’n interne balans er is. Het nieuwe is dat we die balans nu gaan begrijpen.

Het is onze interne accu.

In het opslaan in ons geheugen van goed en fout, heeft zich niet alleen een objectief en subjectief geheugen opgebouwd, maar ook een betekenisgeheugen.

  1. Objectieve herinneringen zijn als ons fotoalbum: data, vormen, omstandigheden, kleuren, gezegdes, etc.
  2. Subjectief geheugen zijn onze ervaringen.

Betekenisgeheugen creëert de keuzeheer in ons hoofd.

Ik noem het onvriendelijk ook wel de boekhouder van het systeem. In die boekhouding wordt bijgehouden hoe groot de saldi waren elke keer als objectbewustzijn en subject bewustzijn integreerden in betekenis.

In de gewaarwording klinken drie stemmen:

  1. De objectieve stem vertelt wat ‘is’.
  2. De subjectieve stem vertelt wat ik wil.
  3. De derde stem vertelt wat ‘goed’ is om te doen, gegeven dat wat in het verleden als ‘goed en slecht’ heeft uitgepakt.

Betekenis als het saldo van objectiviteit en subjectiviteit definieert de spin.

Dat saldo bepaalt niet alleen de spin richting (up/down), maar ook de ‘lading’ en ‘massa’ met hun eigen spin dimensies.

Betekenis is informatie en technisch een soort ‘saldo’. Niet alleen een saldo van goed en fout ‘in betekenis’, maar ook een saldo van wat het innerlijk gekost heeft en heeft opgebracht om tot die betekenissen te komen.

Er is altijd tegelijk aanwezig: de uiterlijkheid of objectiviteit en – onzichtbaar – de innerlijkheid  of subjectiviteit.

Altijd ‘kost’ het intrinsieke mentale energie om extrinsiek tot mentaal-energetische betekenisgeving te komen.

Altijd is potentiële mentale energie nodig om mentale bewegingsenergie te creëren.

Alles is statistiek

In de individuele leerpaden van mensen ligt een onbegrijpelijke complexiteit en omvang van informatie opgeslagen die ‘statistisch’ maakt tot wie we zijn: de ene en de andere, ieder op zijn manier gevormd en het resultaat, van moment naar moment, van statistiek. Multidimensionale statistiek van een onvoorstelbare schoonheid.

Maar toch: statistiek.

De logische stap die we hier maken is de stap van twee mensen of deeltjes naar interacterende systemen van veel mensen of deeltjes. De stap naar veel deeltjes systemen, veldentheorie en potentiële energie die in dat veld zit.

In de menssfeer ontstaat in deze logische stap de Noösfeer: onze ‘existance’. In de ruimte de dan ontstaat explodeert het aantal mogelijkheden voor verstrengeling.

Er is op dat patroon niveau bij elk mens een vooringenomenheid ontstaan ten opzichte van de ander. Niet positief of negatief: het zijn slechts ingebouwde patronen van betekenisgeving. Je zou het niet beter wensen, geloof me. Het is de allerbeste computer aan het werk. Een aarde vol wijzen, geleerden en computers haalt nog niet eens een fractie daarvan, zo goed werkt die mentale machinerie die de mens is.  En zo goed is de mind van elk mens in staat om de beste beslissing te nemen die bij de omstandigheden past. In die individuele leerpaden en dat geheugen van de ene en de andere heeft nature en nurture z’n eigen beslag gekregen.

(Super-)verstrengeling en super symmetrie

Ik kopieer een stukje uit http://www.quantumuniverse.nl. Alleen om te laten zien in wat voor taal over supersymmetrie (SUSY) wordt gepraat. De essentie is:

Alle verschijnselen hebben spiegelverschijnselen.

Aan elk reëel vlak zit een imaginair spiegelvlak vast, omdat onze werkelijkheid een duale werkelijkheid is.

 

Een stukje theoretische natuurkunde:

“Deze supersymmetrische modellen hebben als kenmerkende eigenschap dat er voor ieder fermion een boson bestaat en vice versa. Er is voor het elektron bijvoorbeeld een partnerdeeltje, het selektron, dat precies dezelfde dezelfde eigenschappen als het elektron heeft: dezelfde massa en dezelfde elektrische lading, bijvoorbeeld. Het enige (en grote) verschil tussen de twee deeltjes is dat het selektron een bosonisch in plaats van fermionisch karakter heeft. Als onze wereld supersymmetrisch zou zijn, dan zouden er naast onze normale atomen ook nieuwe superatomen bestaan, die uit de partners van elektronen en protonen zijn opgebouwd. Deze atomen zouden zich chemisch gezien radicaal anders gedragen dan hun normale partners, aangezien bosonen zich zo anders gedragen dan fermionen. Ook zouden er gemixte atomen kunnen bestaan, die zowel uit de gewone deeltjes als hun superpartners bestaan.”

Supersymmetrie is een principe in de theoretische natuurkunde, die op het moment geldt als een van de meest kansrijke uitbreidingen van het standaardmodel voor elementaire deeltjes.

Het is echt een ontdekking dat supersymmetrie – zoals hierboven beschreven wordt – rechtstreeks uit TDCZ-logica volt.

TDCZ-logica levert rechtstreeks het standaardmodel van de huidige theoretische natuurkunde op!

Ik houd deze ontdekking hier nog onder de pet, maar elders op deze site – en op een ander moment – zal ik die informatie prijsgeven. Het is écht bijzonder om te zien hoe alle natuurkrachten en kleinste deeltjes zoals nu bekend en wereldwijd aanvaard, uit dit TDCZ-model komen rollen.

Waar het hier fundamenteel over gaat is dat er verschillende ‘coördinatenstelsels’ over elkaar heen liggen met steeds dezelfde symmetrische logica als basis.

Ofwel: drie “ikken” en hun coördinaten stelsels die tegelijkertijd bestaan en één energetisch geheel vormen.

  1. De ik die waarneemt (met mijn ‘camera’ als zintuiglijk waarnemingsinstrument) heeft een ruimte-tijd-coördinatenstelsel nodig.
  2. De ik die gewaarwordt (de mens met kwantumbewustzijn die zich ín de ruimte van de gewaarwording bevindt) én betekenis geeft, heeft een ‘generatieve logica van betekenisgeving’ nodig. Dat is ook een soort ‘coördinaten stelsel’ . Ik moet immers al die verschillende ‘gedachten-inhouden’ die ik waarneem, kunnen classificeren.
  3. Tenslotte is er de ik die de verteller is. De ik die betekenis geeft. Die ik kan niet anders dan dezelfde stelsels gebruiken en dus heeft de verteller in dat frame een ‘positie’ ten opzichte van de twee mensen die worden waargenomen. Een verteller die kennis ontwikkelt in dat frame.

Het is zo fundamenteel wat hier gebeurt, want je gaat je realiseren dat om dit mogelijk te maken vier domeinen van “inhouden” nodig zijn om te kunnen spreken van een verschijnsel van twee mensen of deeltjes.

Je gaat begrijpen hoe iedere vorm van waarneming twee verschijnselen impliceert die tegelijk bestaan, waardoor dan ook tot stand gebracht:

  1. het bestaan van een omgeving die wordt waargenomen en dat definiëren we als ‘entanglement’ of verstrengeling. In de TDCZ-matrix is dat het getekende vierkant in het midden die het verschijnsel van twee mensen ontleedt in haar twee basiscomponenten: de relatie tussen de twee mensen D en de sociale en instrumentele context C waarin die twee mensen verschijnen. Ook al is dat een wit stuk papier. Wat ik ook als waarnemer en camera doe, ik heb altijd een contextueel frame C nodig
  2. Het proces van het ontstaan van het verschijnsel. Per definitie kom ik terecht in de ik die gewaar wordt en betekenis geeft. Per definitie zit ik het gebied van de zelfontwikkeling Z en daarmee de kennisontwikkeling T van ons mensen zelf. Dat geldt ook voor de verteller van dit verhaal.Hoe belangrijk quantum entanglement of kwantumverstrengeling DC ook is, zonder kenner Z en kennis T had verstrengeling niet kunnen bestaan. Dat wat geweten D+C wordt kan niet zonder dat wat weet T+Z. Het zijn ‘super-verstengelde’ domeinen in een groot TDCZ-rame dat de verstrengeling DC regelt die we als waarneming en kennisontwikkeling T zien. Alles wat wat we ‘weten’, echt alles.

Ik laat de TDCZ-landkaart hieronder nog een keer zien  voor de distributie van inhoud

Vervolgens nóg een keer de TDCZ-matrix om de distributie van energie in beeld te brengen.

 

D en C vormen de bestaansruimte.

Om te kunnen ‘bestaan’ van een verschijnsel is verstrengeling van de inhouden (op de hoofddiagonaal van de TDCZ-matrix zijn ‘inhouden’gedistribueerd) D en C nodig.

T en D vormen de ontstaansruimte.

Als er geen spins waren zouden deeltjes intern volledig is evenwicht zijn en zou er niets te meten zijn. De zender zend geen signalen meer uit, omdat spins die signalen zijn.

Signaal-richting en signaal-eigenschappen worden door de spin bepaald.