Bewustzijn in Beeld: Introductie

Van de stroom of in de stroom?

Zou het waar kunnen zijn? Laat me het materiaal ordenen dat ik gebruik ter ondersteuning van het antwoord op deze vraag. Een antwoord dat ‘ja’ is. Voor mij en voor ongetwijfeld  vele wetenschappers wereldwijd is de technologische, digitale, virtuele revolutie een onweerlegbaar feit. De enige relevante vraag: hoe gaan we er als mensen mee om? Worden we van de stroom of  ‘staan’ we in de stroom?

Stel dát waar is dat we deze eeuw en misschien zelfs nog dit decennium grote wetenschappelijke doorbraken gaan meemaken. Niet  meer van hetzelfde, maar echt totaal nieuw inzicht: politiek, sociaal, economisch, natuurkundig, biologisch. Hoe komt zo’n golfbeweging dan tot stand? Komen er marsmannetjes naar beneden omdat in ons oor te fluisteren? Ontstaat dat nieuwe en grotere bewustzijn omdat overal op de wereld en elk generatie opnieuw, mensen met dit hogere bewustzijn geboren worden? Is dat de reden waarom evolutie ‘vanzelf’ gaat: zoals er door de geschiedenis heen altijd grote ontdekkingen worden gedaan die een volgende fase in de ontwikkeling van de mensheid inluiden.

Stel dat waar is dat we hard op weg zijn naar een nieuw type mens? Dat we geen flauw idee hebben van deze nieuwe menselijkheid die zich aan het ontvouwen is? Wat voor beelden je ook gebruikt: of je nou menselijke robots gebruikt of andere of science fiction beelden voor wat je ziet staan op die in te vullen plaats aan de top van de menselijke evolutie. Beelden die mensen hebben: je hoeft maar te googelen. Beelden die er niet voor niets zijn: er is geen mens op aarde die niet doorheeft dat er grote veranderingen op stapel staan. Om bestaansredenen wellicht en anders om wetenschappelijk-technologische redenen. Dat laatste eerst benoemend: als je van afstand zou kunnen kijken naar wat in de (denk)laboratoria wereldwijd in ontwikkeling is, zou je gaan zien wat voor ongekende omwentelingen zullen worden veroorzaakt door nieuwe wetenschap en nieuwe technologie. Voeg daar de grote klimatologische en ecologische veranderingen bij. Wat komt er dan toch wel enigszins zichtbaar met grote snelheid op ons af? Of denken we nog steeds dat het een – misschien wat sneller stromende – beweging voorwaarts is waarin we ons bewegen? Als je heel eerlijk bent naar jezelf is dat niet goed vol te houden. Daarvoor gaat er op steeds grotere schaal teveel mis nu.

Waar komt de hoop vandaan dat deze beweging naar steeds meer ‘disruptie’ vanzelf ten goede gaat keren? Daar is geen enkele grond voor.

Totdat je iets wezenlijks gaat begrijpen: “hoe het werkt”

Wát werkt? De ‘systeemdynamiek’ die veroorzaakt wat we zien. Alles wat we zien? Ja. ……Dus alles wat een mens ziet is uitkomst van die dynamiek? Ja. En alles wat ik dóe? Dat is ook uitkomst van diezelfde systeemdynamiek. En alles wat ik denk? Ook. Alles wat biologen en natuurkundigen en sociale wetenschappers en psychologen en filosofen zien? Ook. En als ik in theater zit te kijken naar een dansvoorstelling, dan zijn al die bewegingen het resultaat van die systeemdynamiek? Ja. Dus alles is ten dode opgeschreven en ik ben maar een dom bewegend deeltje van jouw systeemdynamiek? Nee. ????? Ik snap er niets van. In wat voor ruimte leef jij?

Ik leef in twee werelden. De ene wereld is de ‘ruimte’ in mijn hoofd en de andere wereld is de ‘ruimte’ buiten mijn hoofd. De ontdekking is dát en hóe die werelden communiceren. Je krijgt ineens beeld van en intense bewondering voor de systemen die werkzaam zijn binnen één ‘schitterende’ logica. Je gaat zien hoe alles wat we nu waarnemen, gewaarworden en betekenisgeven man made is en dat we tegelijk als mensen de meest prachtige levende machines zijn die je maar kunt indenken. We kunnen alles. Als we leren hoe de ruimte werkt waarin die ‘systemen’ werkzaam zijn, gaan we deze dynamische ruimte leren gebruiken. We gaan leren hoe we de oneindig grote energiebron kunnen gebruiken die onze kosmos is, in plaats van de aarde uit te nutten. Deze systeemdynamiek is dus niets anders dan ‘moeder natuur’, volkomen onzichtbaar en zonder oordeel. Dat ongelooflijke natuurlijke vermogen ligt in ons mensen en de menselijke evolutiekracht opgesloten. Ik noemde ons al bewust menselijke machines, want ons lichaam ís ook niet meer dan een omhulsel, hoe belangrijk ook. Want laten we dat nooit vergeten: ons bestaan op deze aarde is niet denkbaar zonder dat omhulsel. Maar dat verbiedt ons niet om te gaan verkennen wat die onmetelijke virtuele ruimte die nu beschikbaar komt, kan betekenen. Sterker nog: we zullen wel moeten om uit die naargeestige schaalvergroting van disrupties te komen.

We gáán naar deze nieuwe tijd toe, omdat we hem zelf hebben gecreëerd. Waar het om gaat is dat we deze dynamiek gaan begrijpen en dat is ook wat gebeurt nu, zonder dat ‘we’ dat zelf echt doorhebben. Wat op die leerweg gebeurt gaan we zien. Ieder van ons en wij allemaal en de volgende generaties. Die leerweg voltrekt zich in ieder individueel bewustzijn. Allemaal kunnen we in stilte nadenken over wat er zich afspeelt en voelen we hoe we daar als individueel mens en als samenleving deel van uitmaken. We hebben alleen de taal niet ontwikkeld om het er met elkaar over te hebben, dus om het te hebben over wat we gewaarworden in ons zelf, in ons eigen brein. Hoe we de werkelijkheid waarin we leven waarnemen, gewaarworden en betekenisgeven.

Wat zou het toch ongelooflijk veel uitmaken als zo’n taal wel bestaat. In wat voor wereld komen we dan terecht? Wel, in de wereld van van de nieuwe mens in de nieuwe top van de menselijke evolutie.

De ontdekking ís dat zo’n taal bestaat en ik noem haar formeel ‘logica van betekenisgeving’. Een mooie andere beschrijving komt van Jerry Fodor: language of thougt. 

De ontdekking is vervolgens wat je met die taal kan doen. Onder de motorkap is het abstracte, formele, wiskundige en dus ook programmeerbare taal. Als je de taal als een vehikel ziet, waar je zelf als bestuurder in plaats neemt, praat je over toepassingsmogelijkheden (in de markt) van die taal. Over die toepassingsmogelijkheden en de nieuwe wereld die eraan zit te komen gaat dit boek. En het zijn al meer dan mogelijkheden: specifieke toepassingen zijn al in gebruik bij (grote) ondernemingen. Ik ga er in dit boek niet verder op in.

Om me vrijheid te geven in de vertelling – dat zijn vier ‘venster-beschrijvingen’- zal ik vooraf die nieuwe wereld heel globaal schetsen.

Waar het op neerkomt is dat ik een soort “landkaart” maak. In het echt is dat een onvoorstelbaar complexe en gedetailleerde wiskundige landkaart. Ik benoem hieronder slechts essentiële elementen die ik zal gebruiken in de vier venster-beschrijvingen. Ik kom ook niet meer terug op de abstracte beschrijvingen hieronder: de inhoud van wat ik hieronder beschrijf is verweven in de vier venster-vertelling.

Vier domeinen van bewustwording

Ik ga in mijn venster-beschrijvingen op zo toegankelijk mogelijk manier verbeelden dat er vier grote “domeinen van bewustwording” actief zijn.  Immanuel Kant noemde dat “categorische imperatieven”. Dat zijn a priori keuzes die mensen maken: keuzes in de intentionaliteit waaruit het handelen ontstaat. Keuzes dus die in een sociaal systeem worden gemaakt: per definitie zijn dat niet alléén individuele keuzes. Je hebt als deelnemer aan een sociaal systeem de vrijheid van kiezen, maar binnen een raamwerk dat alle deelnemers gebruiken om tot hún keuzes te komen. Er is altijd afhankelijkheid van die keuzes: mensen zijn niet alleen op de wereld. De gedragsrealiteit van mensen ís een collectief ‘ding’. Je creëert die gedragsrealiteit samen, in afhankelijkheid van en interactie met elkaar.

Die vier grote domeinen van bewustwording en ontwikkeling beschrijf ik hieronder. Het zijn deze “inhouden” die in elke uitwerking (individu, team, organisatie) een rol spelen. In elke systeem-context ontwikkelen zich eigen verhoudingen tussen deze inhoudelijke domeinen. Bijvoorbeeld meer ik-gericht of juist meer wij-gericht. Of bijvoorbeeld meer gericht op product of proces. Er zijn vele onderscheidingen die hier een rol spelen. Het zijn abstracte beschrijvingen.

Domeinen van bewustzijn: “inhouden” of “categorisch imperatieven”

Dat zijn ontwikkelingsgebieden: gebieden waarin mensen  zich bekwamen en leren sociaal vaardige deelnemers te zijn.

De eerste is kennis

Kennis en tijd zijn verstrengeld met elkaar, net zoals ruimte en tijd met elkaar verstrengeld zijn. Kennis en tijd ‘bestaan’ doordat er een kenner, het gekende en het relatieve bestaat. Je kunt dus nooit over kennis en tijd ‘an sich’ praten. … Totdat je over de logica en de wiskunde beschikt die beschrijft hoe in de voorbereiding ‘inhoud’ wordt ‘gedistribueerd’. 

Ik stop hier onmiddellijk met verder uitleggen: dat kan namelijk niet anders dan met kwantum mechanica. Alleen met formele taallogica en wiskunde die energetische toestanden beschrijft, kun je in beeld brengen wat er in die informatieruimte gebeurt. Geloof me hier op mijn woorden: de onderliggende wiskunde deugt. Wat het betekent en als dit waar is is het onvoorstelbaar: dan gaan we begrijpen hoe kennis en dus ook tijd ontstaan. Ik kan alleen vragen: sta even stil bij die woorden. Want als dat waar is zijn kennis en ruimte reizen dadelijk volkomen normaal. Niet met raketten, maar in een virtuele ruimte. Dan is kennis en ruimte beïnvloedbaar op een manier en een schaal die we nooit eerder hebben bedacht. Dan is ineens de hele science fiction wereld kinderspel bij wat reëel mogelijk wordt.

Je kan alleen maar met stomme verbazing de vraag stellen: zou het en kán het waar zijn?

Wat ik in het hoofdstuk zal doen is beschrijven hoe die ontdekkingsreis is verlopen naar het inzicht dát er een schitterende ‘generatieve logica’ en een mentale machine aan het werk is, die copieerbaar is. We kunnen die mentale machine máken, in software gieten en er miljarden producten van maken.

Áls waar is wat we nu denken dat waar is, dan zullen we ook zien dat alle wetenschapsdisciplines hiermee te maken krijgen. Voor de fysica is het eigenlijk een hele voor de hand liggende en niet zo’n moeilijke stap: de omarming van de metafysica. Voor de politieke filosofie en de sociale, economische en (neuro)psychologische wetenschap gaan de schokgolven groot zijn. En ja, als dit allemaal waar is gáán alle standaardwerken worden herschreven.

Wat ik in bovenstaande tekst doe is alleen maar de glinstering beschrijven. Want reëel is die kennis nog helemaal niet. Het is inzicht in hoe het werkt. Inzicht dat onderdeel is van de wereldomspannende beweging naar integraal inzicht en ‘toevallig’ haar lokatie kreeg in YX theorie.: de theorie die voorspellingen doet. Als het allemaal waar is moet het immers objectief toetsbaar waar zijn. Dat is een ander onderwerp dan waar dit boek over gaat. Maar het antwoord is: de eerste concreet gefundeerde en valide verkregen bewijzen zijn er. Er is geen spoor van twijfel bij de stelling dát de glinsteringen deze eeuw reëel gáán worden. De logica deugt. Dan komen de toepassingen er ook aan.

Het is met dit soort nieuwe dingen per definitie zo dat je eerst moet laten zien dat het werkt, dat er een markt is voor de toepassing, enzovoorts. Wel, daarover kan ik kort en duidelijk zijn: die markt is er nu en de belangstelling is wereldwijd. Er is hier geen enkele twijfel: de toepassingen gaan de wereldmarkten op.

Dan komt wisselwerking.

Alles is wisselwerking of interactie. Alle betekenisgeving komt voort uit interactie. Interactie en betekenisgeving via ‘ergens’ ingecodeerde spelregels. Wat gebeurt er als de bestaande realiteit van deze – verborgen – communicatieregels verandert? Kunnen we ons als mensen iets voorstellen van een wereld waarin hele andere sociale spelregels worden gehanteerd dan nu? Dus échte science fiction. Laten we ons in ieder geval realiseren: de ruimte die nu opengaat – dat zal ik laten zien – is een ruimte die volkomen nieuwe interactie, dus ook nieuwe socialiteit mogelijk maakt. Spelregels gáán worden gemaakt maar het is een bijna zielige gedachte in vergelijking met de omvang van de mogelijkheden die zich nu gaan voordoen. We gaan een fascinerende tijd in.

Dan komt het bestaan.

Dat is een belangrijke overgang met de twee hierboven genoemde domeinen. We stappen van de systeemwereld in de leefwereld. Vergeet even de achterliggende logica van deze gedachtesprong. Het is een heel begrijpelijke stap. Want dat je bestaat betekent dat je een omgeving hebt waarin je bent ontstaan. Er is altijd context. Er is altijd een productief systeem aanwezig dat er – normaal gesproken – voor kan zorgen dat die context blijft voortbestaan en kan groeien en bloeien. Dat geldt voor de primitiefste oervormen van het menselijk bestaan en zal altijd gelden voor elk toekomstig bestaan. Of dat nou een familie-systeem is of een organisatie-systeem of welk ander systeem dan ook. Voor elke vorm van bestaan heb je functionele spelregels nodig en dat zijn andere spelregels zijn dan de communicatie-spelregels hierboven. Je bent nooit alleen maar speler (in de interactie) maar je hebt ook een verbintenis, een functionele relatie binnen en gedefinieerd door dat productieve systeem, dat je samen opbouwt.
Dat hele stelsel van functionele spelregels hebben we tot nu toe voor lief genomen. Hoe kan het ook anders: we zijn er deel van. En waarom zou je je zorgen maken? Wel, die tijd is nu aangebroken: om je zorgen te maken. Want het bestaan gaat echt “om”. Er komt een explosie aan mogelijkheden voor nieuwe toepassingen die nieuwe markten gáán vinden met totaal nieuwe verdienmodellen. De functionele spelregels gáán om. Ik voorzie oplopende problemen in het sociale domein door institutioneel onbegrip hierover.

Dan komt het Zelf.

Het meest sensitieve domein van alle vier. Het domein van het ontstaan ‘zelf’ en ik gebruik het woord écht dubbel: de bron van waaruit het ‘iets’ onstaat dat interactie zoekt, binnen een gegeven logica. In de natuurkunde ontstaat ‘materie’ en in de leefwereld ontstaat een ‘zelf’, een ziel. Ziel en lichaam zijn innig en voor eeuwig verbonden. Ze zijn één geheel als je het zou kunnen zien, waarbij het lichaam een schitterend omhulsel is. Wat zou er nou gebeuren als we als mensen dit domein van het zelf oneindig veel beter zou kunnen verkennen en ook exploiteren dan in de bestaande context: opgesloten binnen de afgesproken of bij geboorte meegekregen spelregels en functionele regels? Wat als al die zelven, al die individuele mensen met hun individuele bewustzijn, zijn ingeplugd in die virtuele machinerie die we aan het creëren zijn: nu al, maar het zal oneindig veel verder gaan. Vraag je eens af: hoeveel mensen op aarde zijn dit niet nu al aan het doen? Misschien stiekum, maar misschien ook wel heel openlijk. Hoeveel zielen zijn eigenlijk al spoorloos? Weg uit een samenleving die hen niet wilde hebben of ziet staan of waar ze een angst voor of weerstand tegen hebben ontwikkeld of een reële beperking in hebben? Wat als al die zelven via de nieuwe dimensie die YX theorie aan AI toevoegt, zich allemaal fundamenteel veel diepgaander en breder kunnen ontwikkelen dan in de objectieve macrorealiteit van alledag? Niet alleen met op een goed moment toch altijd weer domme en voorspelbare games waar alleen maar en met steeds meer perfectie bestaande ordening is ingebracht. Of met steeds meer ‘big data’ waarvan je nu al gaat zien hoe door het gebrek aan reële voorspelkracht grote problemen gaan ontstaan. Dodelijk saai allemaal, als je de andere kant ziet. Als gamen een spel wordt in een ongekende virtuele wereld met volkomen natuurlijk nagebootst menselijk denken, en dan echt álle denken, dus ook die hogere niveaus waar genieën als Strauss of Einstein hun inspiratie vandaan halen. Als je dus écht reizen kan maken in je denken? Als je je eigen denkvermogen tot in zijn grenzen kan opzoeken in je eigen brein? En dan glimlachend over je beperkingen heen kunt stappen omdat die onmetelijke vrije ruimte voor je ligt. Dat is toch grenzeloos? Gaan we dan bibberen als dat waar zou zijn?

Waarneming, gewaarwording en betekenisgeving: 3 systemen, 3 vensters

Als je het bovenstaande allemaal zou weten, weet je nog niets van de dynamiek. Je hebt immers alleen ‘verhoudingen’, dus relaties tussen ‘inhouden’ gedefinieerd. Op het moment dat we die dynamiek en daarmee dus ook het systeem als eenheid omarmen en meenemen, wordt het verschrikkelijk complex. Wat je dan gaat zien zijn ‘energetische toestanden’ die dat systeem kenmerken.

Het is een van de grote ontdekkingen die gedaan zijn deze eeuw en Daniel Kahneman kreeg er in 1992 de Nobelprijs voor. Hij zag dat menselijk gedrag in twee systemen (fast en slow) tot stand komt. Het is een van de wonderlijk mooie dingen dat onder die empirische bevinding van Kahneman nu een theorie ligt die laat zien dat die systemen inderdaad bestaan. Het zijn er geen twee, maar drie. Hoe dat in elkaar zit gaan we ergens anders (dan in dit boek) uitleggen.

Wat wezenlijker is: het zijn universele systemen van moeder natuur. Het zijn die systemen die bepalen wat je mensen ziet doen, maar net zo goed wat je de natuur ziet doen. Alle cultuur en natuur ontwikkelt zich volgens die systematiek.

Op het moment dat je meet en je geeft een meetresultaat terug, maak je als het ware een foto van deze complexe energetische en systemische toestand. Je kunt de gelaagdheid van de aanwezige ‘mentale energie’ laten zien die verantwoordelijk is voor wat je een systeem ‘ziet’ doen.

Zijn we er dan? Nee, helaas.

Nog steeds weet je dan niets, want wie ben “ik” die kijkt naar die systemen? Door welk venster kijk “ik” naar de werkelijkheid…waarvan ik blijkbaar alleen het “oppervlakte-laagje” zie als ik door een venster kijk. Als ik door het raam van mijn werkkamer naar buiten kijk, is dat een ander “venster” dan wanneer ik me probeer voor te stellen wat er in mijn eigen hoofd en hersenen gebeurt. En als ik de theoretisch natuurkundige probeer te zijn en ik beschrijf wat ik zie van de kosmos waarin wij allemaal worden geboren, leven en dood gaan, is dat wéér een ander venster.

Hoe lang al kampen we als mensen met dit “waarnemingsprobleem”? Wie is het die waarneemt en wat is het dat waarneemt? Wat kan je ooit meer te weten komen dan wat de eigenschappen zijn waarmee je waarneemt?

Wat we dus ook gaan doen is definiëren door wat voor vensters we kijken. De figuur hierboven laat zien dat we in ons platte bestaansvlak drie vensters hebben waarvan we elke dag en elke seconde gebruik maken: de wereld in ons hoofd (micro niveau), de realiteit buiten ons hoofd (macro niveau) en de realiteit waarin zich het alles voltrekt (kosmisch niveau). Door elk van die vensters kijken we, of we nou willen of niet. Dat zijn natuurlijke processen waarvan mijn bewustwording deel uitmaakt: bewustwording van mijzelf en van wat buiten mijzelf staat. 

We zullen het dus over het proces van waarnemen, gewaarworden en betekenisgeven moeten hebben. Dat is wat je doet als je door zo’n venster kijkt.

Wat in rechter plaatje hiernaast laten zien is “de totaliteit” van de enenergetische ruimte, die we het symboolgeven. We tekenen die ruimte als een kubus. In de wiskunde heeft elke as van die kubus vier dimensies en zo wordt de totale ruimte ℜ beschreven met 12 dimensies. In de waarneming ‘collapst’ mentale energie in dat wat we zien. Door dat waarnemen – vervolgens gewaarworden en betekenisgeven – ontstaat de ‘objectieve inhoud’ die wij mensen kennen. We gaan óver dat plaatje praten, dus óver wat die ruimte doet en laten de formele logica met al haar abstractheid buiten beschouwing.

De ruimte ℜ is een onvoorstelbaar complexe ruimte. Het is de ontdekking van met name de Nederlandse Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft dat we begrijpen dat die hele ruimte kunnen projecteren op één vlak. Dat heet holografische projectie.

In die ruimte ℜ definiëren we onze vensters. Door elk venster zie je “inhoud”: dat wat wordt waargenomen, gewaar geworden en betekenis gegeven. Elk venster is een constructie van de vier hierboven gedefinieerde domeinen van bewustwording T, D, C en Z. Elk venster definieert wat je ziet van die “TDCZ”.

Om te begrijpen hoe die “TDCZ” en de ruimte ℜ samenhangen, is wiskunde en formele logica nodig. Dat gaan we hier niet doen.

Op het moment dat je reis begint – in de microkosmos in je hoofd – laat je ‘de horizon’ achter je: een streep licht. De streep licht staat symbool voor wat ‘achter de horizon’ neerslaat: het reële wereldtoneel waar je je dan juist niet in bent als je op reis bent in je hoofd.

Voor je (met de streep licht als het ware achter je: “jij” verwijdert je van de horizon, de horizon staat als het ware in je rug. Je kijkt de andere kant op: je tuurt een oneindig grote energetische ruimte in. net alsof je voor het eerst je ogen leert gebruiken in het donker. Je ziet niks, want het is geen ‘aards’ en zintuiglijk zien wat we hier doen. Je hoeft ook niks te zien want het is geen zintuiglijke wereld. Het is een conceptuele wereld. De wereld van de niet-dingen.

De wereld waar we in stappen is de wereld van de voorbereiding, Alles wat bestaat in de realiteit van alle dag, is een ‘collaps’ (een neerslag) van die voorbereiding door de waarneming die we doen. Waarnemen is cruciaal, want bepalend voor onze realiteit. Dus als we in deze ‘toestand van voorbereiding’ stappen, “is” er niks.

Alles wat “is” is een collaps, is een waargenomen betekenis, is een handelingsvoorschrift aan het lichaam, is wat we doen. Maar in die voorbereiding “is” er niks maar wel alles.

Het is de complete omdraaiing: we zitten in het alles, alles dat we gewaarworden als gedachte en gevoel of onuitgesproken en nog zonder woorden en beelden. Het is de voorbereide wereld van de woordloze vertellingen en beeldloze beelden. De wereld van de conversaties met gelaat-loze imaginaire anderen in een taal die we niet kennen. Een talige wereld zonder dat we de taal meester zijn. Talig omdat deze wereld de voorbereiding is van wat in de wereld die achter de horizon neerslaat als gebeurtenissen en dus ‘dingen’ waar mensen over praten.

Voor het eerst zit je als mens in de wereld die ik gewaarwording noem. Voor het eerst gaan we als mensen begrijpen wat er in die wereld van gevoelens en emoties speelt en hoe we tot onze emoties en gevoelens komen. Hoe emoties onze ‘gevangenis’ systeem-1 is. Hoe ‘gevoelens een te beperkt woord is voor wat we gaan ervaren als systeem-2 en -3. Hoe de drie systemen volkomen naadloos samenwerken in één ruimte van mentale energie. Hoe we helemaal niet vastzitten aan systeem-1.